is toegevoegd aan uw favorieten.

De stadhouders van Friesland uit het Huis van Nassau

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ERNST CASIM1R.

van meer dan 20.000 man onder Ernst Casimir naar Arnhem gezonden om de verdediging van de oostelijke grenzen te leiden. Het vijandelijke leger, dat een sterke stelling aan den IJsel ingenomen had, moest daardoor werkeloos blijven liggen en had den moed niet dieper het land in te trekken.

Van den Bergh nochtans trok, nu de vereeniging belet was, de Veluwe over, nam Amersfoort, eene zwakke stad, met een zwakke bezetting en een zwakke regeering, in, maar kon daarmede 's-Hertogenbosch niet redden. Meer nog

De blijde bó komt aangeronnen,

Die uitblaast: „Wezel is gewonnen!"

Het verlies dezer voorraadschuur had ten gevolge, dat de „Boschdraak" getemd werd en „de maagd van Brabant" zich overgeven moest.

Dies roepe een ieder nu uit lust.

't Was God die hielp ons aan dees rust.

Het Duitsche leger moest om niet geheel door Ernst Casimir ingesloten te worden, den „IJselpas" verlaten en 3 November konden de beide stadhouders reeds hunne blijde inkomste in 's-Gravenhage houden.

„Hier is, hier is het oorlogsende" jubelde Vondel toen, doch zoover was het nog niet. Eer dat einde kwam, snelde nog bijna een menschenleeftijd voorbij en stierven nog twee telgen uit het Huis van Nassau, beiden stadhouders van Friesland, den dood der helden.

Desniettegenstaande vertoonden zich toch meer en meer teekenen, die er op wezen, dat Frederik Hendrik het einde volbrengen zou en voltooien het werk