is toegevoegd aan uw favorieten.

De stadhouders van Friesland uit het Huis van Nassau

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

WILLEM KAREL HENDRIK FRISO.

prins Eugenius verwerven, die menigmaal Oranje in zijne tent noodigde, om met hem de te nemen maatregelen te bespreken.

Het Duitsche leger bleek niet bij machte de stad te ontzetten; zij moest zich aan de Franschen overgeven ten spijt van Eugenius en de meer dan vijftig vorstelijke personen, die toegesneld waren om zich, onder zijne leiding, in den krijg te oefenen. De Prins van Oranje voerde nog eenigen tijd het bevel over een detachement voetvolk en vertrok, na het eindigen van den veldtocht, naar Calais om daar zijne gemalin te gaan afhalen, en zich over Breda naar

's-Gravenhage te begeven.

Op een lang verblijf van den Prins was de regentenpartij in Holland, ook nu niet gesteld. Hoe weinig de Friesche Stadhouders in vredestijd ook hadden in te brengen in de Republiek, vooral in den tijd der contracten van correspondentie, toch was men in Holland niet op zijn gemak, wanneer het vorstelijk echtpaar er vertoefde. Dit werd getoond in kleingeestige plagerijen en grievende bejegingen.

Toen de Friesche Stadhouder met zijne gemalin voor de eerste maal in 's-Gravenhage vertoefde, kwam eene commissie van de Staten de vorstin begroeten, maar duidelijk werd te kennen gegeven, dat deze beleefdheid later niet zou worden herhaald en dus zeer moest worden gewaardeerd. De regentendames verwachtten zelfs het eerst door de vorstin „als vrouw van een ambtenaar" gegroet te worden en dat vorderden niet alleen de getrouwden, maar ook de ongehuwde juffers.

Zoover ging de onbeschaamdheid der Staten, dat zij den Prins op het aanhoudend aandringen van