is toegevoegd aan uw favorieten.

Jeugd

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

je zien zult. En dan zal ik je brengen bij anderen, die beter kunnen spreken dan ik, zij zullen je wijzen waar de redding te vinden is, je zult zien het mooie, het heerlijke van de strijd, en dan zal je overtuigd woiden. O schat, ga niet van me weg, niet verder, ik kan je niet missen, ik hou zoo van je, van alles, alles van je. Je mooie ziel ken 'k toch, die moet toch kunnen luisteren."

Hij snikte op, hij hield haar wat van zich af, keek haar in de oogen.

Maar ze stonden droevig, hulpeloos; om haar mond lag een trek van leed.

„Hoe kan k bij je komen, hoè, hoe ?"vroegzealszoekend.

„Laten we 't probeeren" riep hij opgewonden, „laten we niet langer wachten, wat geven we om weelde of fatsoen of zoo iets?"

Hij liet zich meesleepen door zijn hartstochtelijk verlangen, hij zag geen bezwaren.

„Maar .... maar...."

Hij zag haar aarzeling. „Zou 't voor jou te zwaar zijn, heb je nog niet lang genoeg gewacht, kan je 't nog langer dragen ? Als we nou heel eenvoudig gingen leven, en jij gaf wat slöydlessen en ik werkte hard... 'k heb vlugger werken geleerd de laatste tijd en 'k kan

vertalen schulden heb 'k niet, toe, laten we 't

probeeren, vóór 't te laat is."

Ze kuste hem, ze drukte haar hoofd tegen zijn borst, maar ze antwoordde nog niet. Ze voelde ook het altijd klagende verlangen haar trekken, maar toch.... ze kon niet, waarvoor had ze dan gewacht al dien tijd?