is toegevoegd aan je favorieten.

Mammon

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Maar," hernam Tom, „ik wou voor één keer een voorschot vragen van honderd gulden."

De chef keek Tom scherp aan; hij voelde zich heel verlegen worden, maar moedig toch zei hij: „Ik had 't misschien nog niet durven vragen, als ik u niet had hooren zeggen, dat reizen zoo goed is voor een mensch."

„Wou je dat geld dan gaan verreizen?" vroeg de heer Scheede in de uiterste verbazing.

„Nee meneer, ik niet, maar ik zal u zeggen

wat de zaak is," en ronduit vertelde hij alles.

Het gezicht van den patroon bleef strak; hij luisterde onbewegelijk. Toen Tom zweeg, zei hij goedig: „Jonge vriend, ik geloof, dat je niet goed weet wat je verlangt; voor iemand met jou middelen is reizen een ongepermitteerde luxe."

„Maar 't is niet voor mezelf, en ... ."

„Je zuster reist voor niets," zal je zeggen. „Maar zou ze niet verstandiger doen met rustig thuis te blijven, in plaats van zich in een kring te willen plaatsen boven haar stand, en geld te verknoeien aan kleeren, die ze misschien nooit meer dragen zal? Denk eens na, en zeg zelf of ik geen gelijk heb."

Tom boog 't hoofd met een kleur. „Misschien wel," zei hij zacht, „maar u weet niet hoe mijn zuster verlangt, die reis te doen. Ze heeft niets, nooit eene afwisseling, ze zit altijd maar te borduren en ze is heel zwak: de reis zou haar lichamelijk ook zooveel goed doen."

7