is toegevoegd aan je favorieten.

Ole Tuft

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Is hij je man?"

„Ja, sedert dezen zo-iner." De man scheen een matroos te zijn.

„Zou Kule wel genegen zijn, mij te woord te staan?"

De zeeman zette een deftig gezicht; hij zon 't gaan vragen. Hij bleef lang weg; Kallem hoorde hoe er werd onderhandeld: nu Kule's eentonige, slepende spraak; dan het korte, ruwe dialect van den Drontheimer; maar beiden spraken zij op gedempten toon. Middelerwijl vertelde Oline van haar man, dat hij aanvankelijk seminarist was geweest; later het stuurmansexamen had afgelegd; Spaansch kon spreken en de schrijver en zaakgelastigde van Süren Kule was. Vervolgens deed zij een verhaal van „de kinderen", die op de kostschool van mevrouw Kendalen in het Yestland waren. — „Neen, de kostschool gaat eigenlijk mevrouw niet meer aan, want haar zoon staat tegenwoordig aan het hoofd er van, die mijnheer, die bij ons in huis heeft gewoond." En toen op-eens: „En mevrouw? Wel wel, leeft mevrouw nog? Dan is zij nu zeker uw liefje? Wel wel! Dat zal hier een aardig leventje worden, — foei! foei!"

Op dit oogenblik ging de deur open; de vierkante zeeman ging op zijde om voor Kallem de intrede tot Kule's kamer vrij te laten.

Daar zat liy, in denzelfden lompen rolstoel gepakt, met diezelfde Spaansclie schilderijtjes rondom zich ; dezelfde meubelen, alleen met een ander bekleedsel. De vleugel en het kinderspeelgoed ontbraken.

Hij was grijs geworden en veel zwaarder. Zijne „klauwen" lagen zooals gewoonlijk op de armleuningen; een lange pyp, met leeggerookten kop, stond naast hem. Kallem noemde zyn eigen naam. Kule gaf geen antwoord. Maar eene kleine beweging met de gezonde hand en een paar diepe zuchten bewezen, dat er „zeegang" in hem was.

Kallem had moeite oin bedaard te bly ven. Ten einde het pynlijk oogenblik niet onnoodig te rekken, zeide hy aanstonds, dat Kule misschien niet zou weten, dat zy buren waren geworden?

„Jawel; dat wist hij."

„Ik had het anders niet gedacht," antwoordde Kallem en zijn toon verklaarde genoegzaam wat hy bedoelde.