is toegevoegd aan uw favorieten.

Ole Tuft

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Wy zijn hard geweest, wij allebeide. Nu moeten wij daarvoor boeten en zij is met niets minder tevreden."

„Liefste Josefine, je bent jezelf niet langer. Laat ons toch de noodige hulp inroepen!" Hij sprong op.

„Juist; ik ben er op uit om hulp in te roepen. Allen die bidden kunnen, moeten nu hier komen. Hoor je 01e, allen !"

„Maar beste .. .."

„Of geloof je niet, dat je allen met elkander sterker zijt dan zij; geloof je dat niet ? Onlangs kwam je zoo gelukkig uit de bidstond thuis; — o, jij kent ze allen; laat hen hier komen, laat hen allen komen, dadelijk I Versta je mg niet 01e, dadelijk!" En zij begon te schokken en te schreien. „Het is toch hun christenplicht hier te komen; zij kunnen het toch maar zoo niet aanzien dat zy ons den jongen ontneemt!" Haar stem smolt weg in een lang kermend geluid.

Hij zat op den rand van het bed; hij had onderwijl zij.ne onderkleeren aangetrokken en zat nu met zijn broek in de eene hand.

„Lieve, beste Josefine, geloof my, Grod heeft die macht alleen en niemand buiten Hem. Je bent ziek, kindlief."

Zijne stem klonk innig bezorgd en hij haastte zich zijne kleederen aan te trekken.

„Dus je wilt hen gaan roepen, waarlijk ?" vroeg zy nu verheugd, terwyl zij de lamp neerzette. „Dank, beate 01e! Ja ik dacht het wel! Ik verzeker-je heilig, er is haast by, groote haast!"

Hy repte zich zooveel mogelijk met 'zyn aankleeden. Toch zeide hij ernstig:

„Je weet wel, dat wij zeer voorzichtig moeten zyn, als wij om niet-geestelijke dingen bidden."

Dit verontrustte haar; zij strekte haar beide handen tot hem uit. Haar kleeding was wijd en los; toen zy de armen naar hem ophief gleden de mouwen terug; wat was zij onbegrypelijk mager geworden! Een groote angst maakte zich van hem meester. Haar opgewondenheid, haar koortsachtig, gejaagd spreken; haar vervallen lichaam . . . ."

„God beware je, Josefine; dring nu niet zoo sterk aan op een

20