Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

501. In 't stalleken van Bethlehem.

In t stal • le-ken van Beth - le - hem is de - se nagt ge • bo • ren den ko-ning van Je - ru • sa - lem, Mes - si - as uyt - ver - ko - ren *

hy leyt in hooy, hy leyt in strooy, in doek-jes kleyn ge-won-den, o

mensch, om u - we son • den.

1. In 't stalleken van Bethlehem is dese nagt geboren

den koning van Jerusalem,

Messias uytverkoren ;

hy leyt in hooy, hy leyt in strooy, in doekjes kleyn gewonden.

o mensch, om uwe sonden.

2. De engels singen met jolijt:

den grooten Heer der Heeren sy glory nu en t'aller tyt,

wilt zynen lof vermeeren;

komt lieven mensch, want uwen wensch die is geheel volkomen,

u zond' word weg genomen.

3. Gaet met de herders vlytelijk dit kleyne kint aanbidden,

en zoek geen uytvlugt, arm of rijk,

Sluiten