Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wij komen van Oosten.

J.

1. Wij komen van Oosten, wij komen van ver,

— a la berdina kosteljon, —

wij zijn er drij koningen met een ster.

— a la berdina kosteljon,

van clier ami, tot in do knie, —

wij zijn drij koningskinderen,

sa pater trok naar Venderloo,

van cher ami.

2. „Gij, sterre, gij moet er zoo stille niet staan, enz.

gij moet er met ons naar Bethlehem gaan, enz.

.'5. ,Te Bethlehem in die schoone stad, enz.

waar Maria met haar klein Kindeken zat," enz.

4. En het Kindeken dat heeft er zoo lang geleefd, enz.

dat 't hemel en aarde geschapen heeft, enz.

5. Hemel en aarde cn dan nog meer, enz.

dat is er een teeken van God den Heer, enz.

0. Wij kwamen voorbij een bakkerij, enz.

wij kochten er een brood en hij (Herodes) stool er wel drij, enz.

Sluiten