Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Verder noemen wij:

Tendresses bacehiques, van Chk. Ballahd, Paris 1*12, I, bi. 118; Lc théatre de la foire, Paris 1721, tom. I, bl. 28, o. a. voor een couplet: „Sur ces couverts, sur cette nappe blanche," voorkomende in Arlequin Hoi/ de Serendib, Piece en trois actes par M. le S(agk), représentée a la foire de Saint-Germain 1713, nr. 16 der muziekbijlagen; — Les plaisirs de la société, Amst. 1761, III, bl. 11 en 30, voor coupletten: „Dans nos hameaux 1'or ne peut nous seduire", en: „Bergers, Seigneurs, tout vient vous rendre hommage", voorkomende in La surprise agrêable, ,Parodie de TActo de Ia Terre, tiré du Ballet des Eléments", ballet-opera van Destouches en I,alande, 1721, waarin Lodewijk XV zelf danste; — La clef des chansonniers, van J. 15. Ciih. Ballabd, II (1717), bl. 30, voor: „Que tes yeux ont d'attraits"; La clê du caceau, Paris 1811, nr. 722, ,air des Folies d'Espagne'. — In La clef du caceau, 4« édit., Brux. c. 1830, wordt de wijs opgegeven, bl. 107, als: „air des Folies d'Espagne vu On vit sortir d'une grotte profonde". Deze laatste aanduiding maakt den aanvang uit van een couplet, voorkomende in La tenlation de Saint An/oitie, van Sédaine (1719—1797), te vinden o. a. in de Oeiwres choisies van dien schrijver, Paris 1813, III, bl. 305.

Zooals wij zagen liiervoren III, nr. 507, bl. 1963- 4, stamt de melodie „Gy feilen winter" van de „ Folies d'Espagne" af.

Op het woord Folies, leest men bij Fktis, La musique mise <) la portie de tout Ie monde, 3« édit., Paris, 1847, bl. 380: „Air qui ee dansait autrefois en Espagne, avec des castagnettes du mmie nom; eet air est a trois ternps, d un mouvement moderé; il est connu en Franco, sous le nom de „Folies d'Espagne".

W. Taitert, Wandernde Melodien, 2° uitg. Berlin, 1890, bl. 8ö—87, vermeldt 1'ransche en Duitsche luitboeken van 1670 en 1684-87, waar de .Folies d'Espagne" in voorkomen; verder bewerkingen van deze „Allerwelts Melodie" door Oorelli, 1653-1713), door Vivaldi tgest. 1743), door d'Anglebert (Kamermusicus van Lodewijk XV), door J. S. Bach (1685 — 1750), in de Bauern-Cantate, inleiding tot de aria: „Unser treflicher, lieber Kammerherr", en door K.-Ph.-Em. Bach. Tappert leert ons daarenboven, dat deze zangwijze in do meeste gitaar methodes te vinden is, en wijst nog op andere met onze melodie in verband staande liederen, zooals een „Coiumersches" volkslied, een Todtentanz, door Boiime, Geschichte des Tanzes, II, nr. 305, bl. 186, als eene oude melodie „aus der Mark" uitgegeven, op een Kussisch en een Zweedsch volkslied. De echte en rechte „Folio d'Espagne" is, volgens Tappert, de lezing, voorkomende in een l.uitboek door liraaf \\olkenstein-liodenegg in do jaren 1684-87 met eigen hand geschreven:

Sluiten