Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 14. Bewoners van huizen of vaartuigen, waarin eene besmettelijke ziekte voorkwam , mogen geen scholen bezoeken, dan na verloop van 8 dagen nadat de ziekte, volgens schriftelijke verklaring van eenen geneeskundige, uit die huizen of vaartuigen geweken is.

Het verbod wordt opgeheven, zoodra ontsmetting overeenkomstig art. 25 dezer wet heeft plaats gehad.

Art. 15. Hoofden of bestuurders van de in het vorig artikel genoemde inrigtingen mogen de daarbij vermelde personen , zoolang het verbod duurt, niet tot die inrigtingen toelaten.

Art. 16. Onverminderd de kennisgeving aan den hoofdinspecteur in art. 6 der wet van 1 Juni 1865 (S. 60) voorgeschreven ), geeft de geneeskundige, die een lijder aan Aziatische cholera, pokken of pest waarneemt, daarvan binnen 24 uren kennis aan den burgemeester van de gemeente, waarin de zieke is aangetroffen.

De burgemeester zendt van die kennisgeving onverwijld een afschrift aan den inspecteur.

Art. 17. Onderwijzers, onderwijzeressen of leerlingen, die niet, blijkens verklaring van een geneeskundige, met goed gevolg of meer dan eens de inenting der koepokken hebben ondergaan, of aan de natuurlijke kinderpokken (variolae) hebben geleden, worden in de scholen niet toegelaten.

De vorm, de plaats, de wijze van inlevering, bewaringen teruggave dier verklaringen worden bij algemeenen maatregel van inwendig bestuur geregeld ').

Art. 18. In elke gemeente wordt door de zorg van het gemeentebestuur minstens eenmaal in elke drie maanden gelegenheid gegeven tot kostelooze inenting en herinenting. Die gelegenheid wordt minstens eenmaal s maauds gegeven, wanneer Onze Minister van B. Z. ter algemeene kennis heeft gebragt, dat de pokken in eenig deel van het Rijk epidemisch

') Zie dit Supplement blz. 12.

5) Zie Gen. Wetboek blz 158.

Sluiten