Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dan kreeg ze een ruikertje rozen, Hen doosje met zeep, of met reuk ; En eens gaf hij haar als verrassing: Een grappige hoed met 'n deuk.

Zoo werd 't hoe langer hoe mooier, Ze hadden voor werken geen tijd ;

Haar penhouder had ze vergeten En hij was zijn leerboeken kwijt.

Toen huurden ze ergens 'n kamer,

Omdat er geen uitkomst meer was;

Daar kregen ze zamen 'n kindje En dat kwam volstrekt niet te pas.

De vader riep: „Aap van 'n jongen! „Ga gauw bij dat schepsel vandaan, „En geef haar een bankje van honderd „Dan is er de zaak mee gedaan."

Toen bleef ze alleen met haar kindje,

Geen mensch die haar hielp in den nood; Ze beefde van angst en van schande, En maakte haar kindje toen dood.

Sluiten