Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hun oudsten omvang, was nog lang niet alle terrein volbouwd. De Krocht bijvoorbeeld. Het woord heelt niet met krocht-crypta te maken, maar beteekent een hooge zandgrond, akkerland in de duinen. Op een uitvoerige kaart zal men het in de duinstreek meer dan eens in die beteekenis aantreffen. En iets dergelijks was de Haarlemsche Krocht, die toch reeds in den oudsten tijd binnen den muur moet hebben gelegen. De grafelijkheidsrekening van 1343 over land- en huishuur in Kennemerland vermeldt verscheiden „akkers op den Croft" ; naarmate een gedeelte voor huisbouw werd gebruikt, onderscheidde men den „blooten", dat is blijkbaar „onbebouwden" Croft van het bebouwde gedeelte. Het St. Elisabeths gasthuis verwerft in 1437 een halven morgen lands „op den bloeten Croft".

Menig huis en erf had voorzeker nog het landelijk karakter van dat, hetwelk de plebaan van Haarlem, Arnold van Sassenheim in 1272 aan de Begijnen vermaakte, het omschrijvend als: „het huis waarin ik woon, met het erf, den tuin, den boomgaard en de weide, die bij het huis ligt". Varkens houden deed nog haast iedereen; geen stad, of zij bezit een keur tegen overlast, door die dieren veroorzaakt, wanneer men ze zonder opzicht op straat liet loopen. Het moet er nog groen en frisch genoeg uitgezien hebben binnen Haarlem's muren: een keur uit de I4e eeuw verbiedt, om binnen der stede van Haarlem (de stadsvrijheid strekte toen nog niet verder dan de uiterste grachten) op ooievaars te schieten.

En niettemin: landelijk als het uiterlijk mag zijn geweest, de echt stedelijke bedrijvigheid was daar niet minder om. Wie gewoon is, zich een klein stadje als een dood stadje te denken, (wij kennen het helaas schier niet anders meer), mist de voorstelling van de intensieve economische betee-

Sluiten