Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

smart» geleden wordt om den dood vati een hond. Dit is heelemaal een onwijs vertelsel. En het is jammer dat Wenckebach het door zijn mooie illustraties aan de vergetelheid, waarin het zonder hem verzonken zou zijn, heeft onttrokken.

Een ander voorbeeld van wansmaak is het sprookje van Hoffman: «Notenkraker en Muizenkoning». Ook dit verdiende niet de heerlijke sprookjesachtige illustraties van Wenckebach. Door zulke verhalen leidt men de verbeelding der kinderen in geheel verkeerd spoor. Dit sprookje brengt ons niet in de wereld van den schoonen, maar in die van den valschen schijn, 't Is of lamplicht en daglicht samen vallen. Half droom half werkelijkheid. En het geheel is een soort nachtmerrie. Een sprookje is een product der verbeelding, dat is waar. Het vertelt dingen die niet kunnen gebeuren in het werkelijk leven. En toch heeft ook het sprookje vaste wetten en regels van logica en waarschijnlijkheid. Binnen de grenzen van het sprookje moeten de beelden duidelijk zijn; alles moet echt zijn; het verband tusschen oorzaak en gevolg mag ook daar niet telkens verbroken worden.

Hoffmans sprookje is een product van wilde romantiek. Het griezelige moet het aantrekkelijke er van zijn. Een mama gaat naar bed en laat haar dochtertje Marietje alleen bij de glazen speelgoedkast zitten. Marietje beleeft daar allerlei akelige avonturen. Later zegt men haar, dat ze gedroomd heeft. Maar ze heeft een zonderlinge oom, die kijkt haar veelbeteekenend en griezelig aan. Hij heeft dien nacht als uil boven op de klok gezeten. Marietje is zoowat verliefd op een notenkraker, een houten mannetje, die de neef is van haar zonderlingen oom. Het is één lange nachtmerrie. Zulk een sprookje, en dit is een voorbeeld van veel slechte sprookjes, houdt de verbeelding bezig met onsamenhangende voorstellingen, die in 't hoofdje der lezertjes een nevel vormen van tooverij zonder meer. Vergelijk nu eens de sprookjesdichter Andersen met Hoffman. Daar is bv. Anderseris sprookje van «De Zeemeermin». Fantastischer, wonderlijker verhaal kan men zich niet denken. En toch, wie dit sprookje eens

Sluiten