Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onderhouden, leeren zij op de andere bladzijde allerlei onwaarheid over vorstelijke personen.

Terwijl we vorsten zelden bijzonder goede dingen zien doen, wordt de kinderen toch voorgehouden, dat zij ze moeten vereeren, zelfs liefhebben. Zij mogen niemand achten terwille van zijn geld of zijn hooge geboorte, maar de vorsten moeten zij vereeren, al weten zij heelemaal niet waarom.

Onze Koningin wordt door jan Politiek in dit tijdschrift aan de kinderen voorgesteld als de Koningin van den Vrede! Toch kan het kind dagelijks in de krant beschrijvingen lezen van de oorlogen, die wij in Indië voeren. Wel zien wij op het gebied van het geschiedkundig verhaal nog een mooie toekomst voor de kinderlectuur. Er breekt ook hier een nieuwe, ruimere opvatting door. Wanneer men het geschiedkundig verhaal gaat gebruiken om de kinderen te leeren, dat de maatschappij niet altijd zoo geweest is als ze nu is; wanneer men hen vertelt hoe in vroeger tijd het volk leefde en dacht, hoe het arbeidde, hoe het feest vierde, dan wordt de geschiedenis werkelijk gebruikt om het kind te ontwikkelen. Alles wat leeft, verandert voortdurend, ook de menschelijke samenleving. Dit inzicht heeft de onwetende niet. Voor hem zijn de toestanden, die hij waarneemt, altijd zoo geweest en zullen ze altijd zoo blijven. Hij denkt er niet over, dat 't anders geweest is en ook weer anders zal worden. Toch is het zoo ontwikkelend om over deze dingen na te denken.

En als de jongens en meisjes nu in de geschiedkundige verhalen verschillende tijdperken van de menschelijke samenleving leeren kennen, dan zullen zij inzien, hoe het eene tijdperk steunt op het voorafgaande, hoe de maatschappij is als een levend wezen, een levend organisme, dat steeds groeit en zich ontwikkelt. Een poging in deze richting geschiedt in de serie: «Historische Verhalen van E. Molt». Deze schrijver vertelt de kinderen heel weinig uit het leven van vorsten en graven, en heel veel uit het leven van het volk. In het deeltje «Roderik» zien we, hoe de lijfeigenschap veranderde in vrijen arbeid; in «Dierijc, de Schrijnwerker» zien we hoe in de 14e eeuw het handwerk, het ambacht

Sluiten