Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

moeder, zoodra haar toestand zulks veroorloofde, eerst haar kerkgang gedaan, waarbij zij door den predikant in het nagebed werd herdacht, en eenige zondagen later het kind ten doop gehouden; maar mocht soms het eerste worden nagelaten, het tweede nimmer. Wie niet gedoopt was, gold voor een halven heiden, zou niet voor vol worden aangezien; niet gedoopt . . . maar dat was iets onbehoorlijks, iets ongehoords. Geregeld ook nam ieder lidmaat aan de avondmaalsbedieningdeel, zeker op den Goeden Vrijdag, doch liefst meer dan eenmaal in het jaar.

In orthodoxe kringen worden beide kerkelijke plechtigheden nog zeer op prijs gesteld, tenzij waar men, uit vrees om in zondigen toestand onwaardiglijk deel te nemen aan den disch des Heeren, de nachtmaalstafel vermijdt; maar door hoeveel bijgeloof, hoeveel sleur en vormendienst wordt menigmalende deelneming vertroebeld!

Onder de vrijzinnigen werd, uit afkeer van en verzet tegen dat alles, de polsslag der belangstelling over het algemeen mat en flauw. Bedoeld zijn natuurlijk de vrijzinnigen van goeden huize. Niet de breede schaar, die met dezen naam alleen zich tooit omdat men toch een partijnaam wil hebben; die afgerekend heeft met kerk en godsdienst en zichzelf deswege hoogst „modern" acht; die vóór de vrijheid is omdat zij gaarne de vrijheid bezit aan lust en luim toe te geven; die de eigenlijke maat is van den door De Génestet zoo meesterlijk geteekenden Jan Rap. Maar de ernstigen, die door eigen nadenken, menigwerf ook langs den weg van diepe levenservaringen zwaren gemoedsstrijd, hunne overtuiging verworven

Sluiten