Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hebben; die nog ter kerke gaan, en prijsstellen zoowel op godsdienstonderwijs als op huiselijke godsdienstoefening. Onder dezen zijn er, die hun kroost ongedoopt laten. Zij denken er niet over aan het avondmaal te gaan. Na de geijkte toetreding tot de tafel, volgende op hunne aanneming en bevestiging, zijn zij er nimmer weer geweest.

Sommigen hunner wensehen beide plechtigheden voor goed afgeschaft te zien. In de Vrije Gemeente te Amsterdam, waar geen kerkelijke wet meer bindende is, zijn zij inderdaad geheel ter zijde gesteld. Waar zulk een maatregel niet mogelijk is, zoolang men nog tot een kerkelijk verband behoort, welks wet cf reglement de bediening van doop en avondmaal voorschrijft, ja verplichtend stelt, wenscht men ze langzaam hun natuurlijken dood te laten sterven. Doch er zijn ook godsdienstig vrijzinnigen, die het goed recht van doop en avondmaal blijven erkennen en hunne waarde voor hen en hunne geestverwanten niet gering achten.

Van dat laatste gevoelen wordt hier rekenschap gegeven door, langs geschiedkundigen weg, de beteekenis van beide plechtigheden in het licht te stellen, en aldus de waarde te bepalen die zij kunnen hebben voor vrijzinnige Protestanten. Mocht iemand in dit geschrift hier en daar denkbeelden terugvinden, die hij reeds elders heeft aangetroffen, daar velen over dit onderwerp hebben geschreven, hij wijde met mij eene dankbare gedachte aan den schrijver, aanwien eenig gelukkig denkbeeld is ontleend.

Sluiten