Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van een verblijf in de onderwereld van Vrijdag tot Zondag is alleen bestaanbaar bij de Joodsche voorstelling, dat zich onder den grond zulk een doodenrijk bevindt, waarheen de afgestorvenen gaan. De jongeren van Jezus hebben gedacht, dat ook hij naar dat doodenrijk gegaan was, maar dat God hem had opgewekt en bij zich in den hemel geplaatst. Voorts, in de opstandingsverhalen vinden wij twee verschillende bestanddeelen: het oudere, waar Jezus verschijning nog onstoffelijk is, zooals bijvoorbeeld in het verhaal van de Emmaüsgangers, en het jongere, waar Jezus' verschijning vleeschehjk is; hij eet gebraden visch en honigraat. In de voorstelling der onderscheiden schrijvers heerscht groot verschil. Marcus zegt alleen, dat Jezus in Galilea aan de zijnen zal verschijnen; Mattheüs deelt mede, dat de vrouwen Jezus reeds zien bij het gaan naar Jeruzalem. Paulus weet niets van hetgeen de vrouwen ondervonden bij het graf, wat voor Marcus toch de aanvang van alles is geweest, Paulus, die bovendien van een levend worden van het gestorven lichaam niet wilde weten, omdat immers vleesch en bloed het koninkrijk Gods niet beërven kunnen, en die heeft gemeend, dat het lichaam van Jezus in het araf was gebleven en dat deze een ander, een verheerlijkt lichaam had aangenomen. Doch vooral: wij kunnen niet voorbijzien die vaste ordening Gods, die zich openbaart in de wet van leven en dood. Het stoffelijk lichaam sterft en keert tot stof weder.

Sluiten