Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waarin ik schroef „dat er te Velp waarachtig niets te halen was en ik zelfs geloofde mij te herinneren bij den majoor geen sigaar opgestoken te hebben?" Wil ik het latenvol-en? Hier is het: s

Amsterdam, 28 3 '07. eldt, Tot je groote verwondering zal je dit briefje ontvangen Maandag was je bij B. en ter sprake kwam dat bewijs van /iOü. dat je in de lade van je lessenaar had; ook werd gezeo-d dat ik altijd over /' 125 of f 150 sprak als van Zelle hebbende ontvangen. \ au Zelle ontving ik nooit iets. van X. wel. Ik wilde zekerheid hebben en verlangde dus. om niet zooals'zoo dikwijls al gebeurd was, later het kind van de rekenin- te zijn, een som van fm. Zelle sprak X. en vraagde dezen hier om Op een goeden dag kreeg hij ze (8 bankjes van 251. s Middags spraken zij af samen bij me te komen en -t bedrao-

mij ter hand te stellen.'Zelle kreeg ze echter al direct Hij

wachtte niet af 's middags met X. te komen, neen, hij kwam s morgens al alleen en wel omdat hij er fbO van wilde hebben \ anmiddag krijg je ze, zei hij, maar je hebt aan / 150 nu ook wel genoeg voorloopig. Met Oetober kan je van mij desnoods wel krijgen. Laten we nu vanmiddag bij 't heengaan X eerst de trap afloopen, dan kom ik achter hem aan en gij 't laatst. Ik houd dan de hand op mijn rug en je stopt er stiekem twee bankjes ineengefrommeld in. Als man van mijn woord heb ik zoo gedaan en je begrijpt dus, dat ik, waar X. bij was, niet anders doen kon, dan dat ding van /'200 teekenen, terwijl ik een oogenblik later f 50 aan Zelle gaf. Ziehier dus waarom ik aldoor sprak van ƒ 150. Later heb ik de zaak aan X. verteld en ook Zelle heeft hem dit bekend. Het adres van X. is . Intormeer daar dus. Ik stel er prijs op, dat ook in dit opzicht op mijn eerlijkheid geen schaduw valt, noch bij jou, noch bij 'n ander. Heb ik gezegd, dat je handelwijze tegenover mij mm was, ik houd dat vol, meer dan min zelfs, tegenover iemand, dien je een vriend noemt; onoprecht ga je met me om, praat achter mijn rug met Zelle en geeft den schandronian uit. - Had het me rond en eerlijk gezegd als je een kerel was Ik had gezegd: Veldt, weet wat je doet, je doet een misdaad aan een man, dien je niet kent en die geen heili-e is, maar dat niet verdient! Voor de rest moet je 't zelf weten. Maar neen, stiekem, stièkem moest alles gaan en nu durf je

Sluiten