Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

namen, sprak hij: „Het zij verre van mij, dat ik mijn hand zou slaan aan mijnen heer, Jahwe's gezalfde!" Toen nu Saul de spelonk verlaten had, riep David hem en toonde hem de slip van den mantel. En Saul, getroffen door deze grootmoedigheid, begon te weenen en zeide: Gij zijt rechtschapener dan ik!

4. Saul vond eenigen tijd later den dood in een veldslag met dc Filistijnen op het gebergte Gilboa. Bij eene waarzegster te En dor, van wie het heette dat zij onderaardsche geesten kon doen opkomen, had de ongelukkige man zijn toevlucht gezocht om de toekomst te weten. Zij voorspelde hem — nadat zij door hare kunstonarijen, op zijn verzoek, Sa in u els geest had doen opkomen uit de onderwereld — zijn naderend einde. De slag, die den volgenden dag geleverd werd, liep ongelukkig af. Jonathan en nog twee andere zonen van Saul sneuvelden, en de koning zelf, om niet levend in de handen zijner vijanden te vallen, stortte zich in zijn eigen zwaard.

Toen David dit hoorde, dichtte hij een aandoenlijken klaagzang op de keur van Israëls helden, die gevallen waren op het gebergte.

21. David op den troon.

1. David werd aanvankelijk alleen door Juda, den grooteu in het zuiden gelegen stam, uit welken hij afkomstig was, tot koning uitgeroepen. De overige stammen, trouw blijvende aan het huis van Saul, kozen — in overleg met diens veldheer Abner — Sauls zoon I s b o o s j e t h. Na eenige jaren evenwel werden Abner en Isboosjeth beiden om het leven gebracht en kreeg David het geheele rijk onder zijn heerschappij.

Veertig jaren heeft hij geregeerd. Hij bracht Israël tot aanzien en luister. De vijandige volken, in de eerste plaats de Filistijnen, werden door hem onderworpen. Op de Jebusieten veroverde hij de stad Je bus, door hem Jeruzalem genoemd, welke stad, nadat hij haar verfraaid en versterkt

Sluiten