Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

noordelijk Kanaiin. Koning Jozia, door de profeten aangevuurd, achtte zich geroepen, den heidenschen vorst den doortocht door Jahwe's erfdeel te beletten. Bij Megiddo kwam het tot een treffen. Jozia's leger werd verslagen; hij zelf sneuvelde. Daarmede was het met Juda's onafhankelijkheid gedaan. Jozia's zoon en opvolger Joahas werd weldra door Necho afgezet en vervangen door zijn broeder Jojakim, nadat deze zich als vazal aan Necho onderworpen had. En toen eenige jaren later Necho's macht gebroken werd door een zware nederlaag, hem door Nebu k adrezar, den koning van Ba bel toegebracht, was deze wending van zaken niet in staat aan het koninkrijk Juda de verloren zelfstandigheid terug te geven, liet verwisselde enkel van meester en werd nu een vazalstaat van Babylonië. Een poging tot opstand van Jojakim leidde slechts tot dieper verderf. Nebukadrezar verscheen met een machtig leger voor Jeruzalem. Koning Joj achiu, die zijn inmiddels gestorven vader Jojakim was opgevolgd, moest zich overgeven. Hij werd in ballingschap naar Babel gevoerd; met hem enkele duizenden aanzienlijke Jndeërs.

In Jojachins plaats stelde Nebukadrezar diens oom Sedekia. En toen ook deze door de geestdrijvers zich tot opstand liet verleiden, had dit den volkomen ondergang van het rijk ten gevolge. Andermaal trok Nebukadrezar met zijn legermacht tegen Jeruzalem op. Wel verweerden de Jeruzalemmers, steeds hopend op de hulp van Jahwe, zich moedig. Maar honger en pest deden hen na een beleg van anderhalf jaar bezwijken. Een vreeselijke strafoefening volgde. Talrijke gruwzame terechtstellingen hadden plaats. Aan Sedekia zeiven werden, nadat hij nog zijne zonen had zien ter dood brengen, de oogen uitgestoken. Zoo werd hij tot levenslange gevangenis naar Babel weggevoerd. Uit den tempel werd al wat eenige waarde had, weggesloopt; de stad zelf werd een maand lang aan de soldaten ter plundering overgegeven. Ten slotte voerde Nebukadrezar, om den geest van verzet voor goed te breken, opnieuw eenige duizenden huisgezinnen in ballingschap mede.

Sluiten