Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

godsdiensthoogmoed was bet natuurlijk gevolg van hun jammerlijke opvatting van den godsdienst. Maar dat de belangen van godsdienst en vaderland hun nauw ter harte gingen, mag niet ontkend worden.

Aanvankelijk waren de Farizeeërs dan ook aan Jezus niet vijandig; er was in diens prediking zelfs veel wat hen aantrok. Allengs echter werd die verhouding anders. Zij namen ergernis aan zijn gemeenzamen omgang met alle klassen en aan zijn zelfstandigheid ten opzichte der overgeleverde godsdienstbegrippen. Jezus van zijn kant bestreed hun vormendienst en waarschuwde tegen wat hij noemde „den zuurdeesem der Farizeeërs", omdat hij dien gevaarlijk achtte voor de aanbidding in geest en waarheid. Ja, scherp geeselde hij de geveinsdheid en onoprechtheid, uit hunne uiterlijkheden welig opwassend (Matth. XXIII).

Zoo sprak hij ook eens tot sommigen, die van ziehzelven vertrouwden dat zij rechtvaardig waren en de anderen verachtten, deze gelijkenis:

Twee mensehen gingen op naar den tempel om te bidden, de een een Farizeeër en de ander een tollenaar. De Farizeeër stond en bad bij ziehzelven aldus: „0 God! ik dank u, dat ik niet ben gelijk de andere mensehen, schrapers, onrechtvaardigen, echtbrekers, of ook gelijk deze tollenaar. Ik vast tweemaal 's weeks, ik geef tienden van al mijn inkomsten". En de tollenaar stond van verre en wilde zelfs zijne oogen niet ten hemel heffen, maar sloeg zich op de borst en zeide: „O God, wees mij zondaar genadig!"

Ik zeg u — voegde Jezus erbij — déze ging af naar zijn huis, gerechtvaardigd meer dan gene;-want een ieder die ziehzelven verhoogt, zal vernederd worden, maar die ziehzelven vernedert, zal verhoogd worden.

Uit de partij der Farizeeërs heeft zich die der Zeloten of IJveraars ontwikkeld. Het waren heethoofden, meest uit de lagere volksklassen afkomstig. Samenloopend onder de banier van een zich opwerpenden Messias, trachtten zij de heerschappij der Romeinen at te schudden en het oude

Sluiten