Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ook de genotzucht telt mee! De christelijke gedachte dat wij hierbeneden moeten zwoegen en ons zelf verloochenen voor God en den naaste, is erg op den achtergrond gekomen. Men wil genieten — wel op een fatsoenlijke manier — maar toch genieten, zich niets ontzeggen. Veel uitgaan, druk herberg- en societeitsbezoek, overvloedig drankgebruik zijn het onmiddellijke gevolg.

Ten 7e en ten laatste: de sociale nooden, als te lange arbeidsduur, slechte huisvesting enz.

De orthodoxe Marxisten noemen den socialen nood de hoofd-, ja eenige oorzaak van het alcoholisme. Al wat geestelijk of zedelijk slecht is, heeft volgens hen een stoffelijken ondergrond. Wordt er dus te veel gedronken, dan ligt de schuld aan lage loonen, lange werktijden, in één woord aan de maatschappelijke ellende der arbeidersklasse.

De feiten echter hebben hen duidelijk gelogenstraft. In de vette jaren van 1873—77 werden in België 500, in Engeland 3000 millioen franken meer aan loon uitbetaald dan in de 4 jaren te voren, maar in datzelfde tijdvak klommen de uitgaven voor drank : in België met 425, in Engeland met de volle 3000 millioen.

Het kan ook niet anders, zoolang de oudere „drinkideëen" bestaan. Als een volk meent, dat een drank kracht geeft, zal hij hem drinken in goede en kwade tijden, en in de goede nog meer. Niet omdat welvaart meer prikkel't, maar omdat zij meer gelegenheid tot drinken biedt dan armoede,

Sociale nood is echter op zich zelf een prikkel, wie over de normale arbeidskracht heen werkt, wil 't vermoeidheids-gevoel kwijt zijn. Hij vindt dien wensch bevredigd in de bedwelming van den alcohol. Wie te weinig gegeten heeft, voelt zich gedreven naar den alcohol die het hongergevoel wegneemt, leder die lijdt, vindt een vriend in den drank die voor een oogenblik het lijden doet ver-

Sluiten