Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van de hoofdpunten, waaruit evenwel reeds aan menigeen geheel duidelijk zal worden, waar ik heen wil.

Daarom is er ook geen bezwaar, de slotsom, waartoe ik gekomen ben, nu reeds, voor mijn betoog volkomen is, geheel compleet te vermelden, met het doel die in volgende artikelen nader te ontvouwen en toe te lichten.

Die slotsom laat zich omschrijven als volgt:

1. Wanneer Nederland er prijs op stelt den naam te behouden een beschaafde natie te zijn, passende in het kader van den tegenwoordigen tijd, een qualificatie, welke haar feitelijk onder de tegenwoordige omstandigheden niet toekomt, dan is het zijn eerste en voornaamste plicht, wel geleidelijk maar toch zoo spoedig mogelijk te breken met het hoofdbeginsel, waarnaar het burgerlijk bestuur op Java gevoerd wordt om de inlandsche bevolking zooveel mogelijk te laten onder de leiding van haar eigen hoofden, een wreed, onmenschelijk beginsel, een beginsel, dat met alle beschaving en ethiek in strijd is, dat oogenschijnlijk tot nu toe goede diensten heeft bewezen, doch een van de oorzaken is, die geleid hebben tot inzinking en in de toekomst leiden zullen tot volkomen uitputting van de welvaart der bevolking. (Mag er even de aandacht op gevestigd worden, dat ambtenaren, die in binnenlands bestuur doen, niet in staat zijn de quaestie onpartijdig te beoordeelen, daar men van hen toch niet kan verwachten, dat zij zullen mede delven aan hun eigen graf, gepensioneerden evenmin, omdat het onredelijk zou zijn van hen de erkentenis te vorderen, dat zij hun levenlang een onzedelijke zaak hebben gediend.)

2. Daar Nederland alsdan niet langer in staat zal zijn zijn hoofdbezitting te exploiteeren met behulp van openbare ambtenaren, zal de grondeigendom even geleidelijk aan particulieren verkocht dienen te worden, natuurlijk met uitsluiting van die terreinen, welke om redenen van algemeen belang staatsdomein behooren te blijven, zooals bijv. de hoogere bergstreken, waaide bronnen onzer rivieren ontspringen, welke streken in het belang van de irrigatie niet ontwoud zouden mogen worden.

Voorts zouden de aan particulieren te verkoopen perceelen niet grooter moeten zijn dan 10.000 bahoe, terwijl al dadelijk gepaste voorschriften in het leven geroepen zouden moeten worden, om in verloop van tijd de splitsing van reeds bestaande eigendomsperceelen zooveel mogelijk te bevorderen en te vergemakkelijken.

Sluiten