Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op zekere hoogte niet geheel te betreuren is — mnar ook, dat het niet meer de moeite wnard wordt geacht de vraag te stellen: „Wat is de mensch?"

Aan dat gevoel is het toe te schrijven, aan het zich verliezen in het oneindige dat vele menschen geboren worden, leven en sterven, zonder zich van de majesteit en de almacht der schepping veel nan te trekken. Het is het gevoel van machteloosheid en nietigheid, dat de armen slap bij het lijf doet neerhangen.

Kon men zich in vervlogen eeuwen nog zoo eenigermate een godsbeeld vormen, waarbij de mogelijkheid niet uitgesloten werd om te scheppen en te doen, wat men waarnam, juist, om lat het binnen het terrein der waarneming bleef; — de vorming van een godsbeeld als de schepper van al die wonderwerken, waarvan men hoort, doet de stoutste verbeeldingskracht bezwijken en uitroepen : „Neen, zulk een God kunnen wij ons niet voorstellen !"

Voor vier duizend jaren drong de vraag zich reeds op: „Wat is de mensch?" Toen reeds werden de gronden van het denken doorvorscht. Laten wij hetzelfde denken, wat er toen en later werd gedacht — en het zal blijken, dat er niet veel nieuws is onder de zon. Maar laten wij toch denken. Denken geeft belangstelling. Denken verhoogt de waarde van 't menschelijk leven. Denken komt bij alle verschil in meening en richting elke richting ton goede. De waarheid zal ontluiken. De tegenwoordige tijd heeft behoefte aan zelfbewuste kennis in zake godsdienst.

Zij, die er voor uit komen niets te gelooven, dit niet onder stoelen en banken steken, al zijn het dan vaak ook eenvoudige luidjes, hebben zich rekenschap te geven van

Sluiten