Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de doop aan zoovele duizenden bij duizenden nog toegediend is. Wij staan voor dit fait accompli en mogen deze duizenden gedoopten niet eenvoudig als ongedoopten beschouwen. Wij mogen dus de banden met hen niet willekeurig, niet anders dan in het uiterste geval losmaken.

Wij houden dus vast aan onze Volkskerk, aan onze Nationale Kerk, niet omdat wij het begrip „Volkskerk" huldigen, dat door sommigen aldus is verbasterd, dat het zou beteekenen een Kerk, waarin het geheele Volk zich samenvindt met wederzijdsche erkenning van de rechten ook der meest tegengestelde richtingen, maar omdat wij het begrip „Volkskerk" of „nationale Kerk" huldigen in dien zuiveren, alleen Schriftuurlijken zin, dat er in ééne natie slechts ééne nationale Kerk behoort te zijn als zijnde de wettige openbaring van het ééne „lichaam van Christus" (vg. art. 28 onzer Belijdenis). Op de vraag: „Is Christus gedeeld?" antwoorden wij met den apostel (1 Cor. 1): „neen", niet in de eerste, niet in de 16°, en ook niet in de 20,,e eeuw. En daarom heeft de gedachte van de ééne nationale, Gereformeerde Kerk wel degelijk haar goed recht van bestaan. En wij geven de wijsbegeerte van Schleiermacher met zijn „pluriformiteit der Kerk" gaarne over aan hen, die de idee der „Volkskerk" bestrijden onder een carricatuur, dat men zich daarvan gemaakt heeft, doch die feitelijk in deze meer hooren naar de ingewikkelde wijsheid der rede dan naar de eenvoudige wijsheid van Gods Woord.

Wij houden dus vast aan onze Volkskerk!), onze Ned. Herv. Kerk, èn principeel èn naar den aard der liefde, omdat wij ons volk, onze medegedoopten, niet willen prijsgeven aan het ongeloof-).

1) De illusie der gescheidenen is om eerst ons volk als Christelijk volk prijs te geven, zich in een kleine zuivere Kerk terug te trekken en vandaaruit ons volk weer voor den Christus te herwinnen. Wij miskennen niet de goede bedoeling dezer broeders. (Kom. 10: 12). Doch dit is niet Gods weg. Deze weg wordt duidelijk door Gods Woord geoordeeld. Het is een miskennen van den weg des verbonds. En de illusie van dit streven blijkt eiken dag. Reeds hierin, dat men zichzelf den toegang tot de afgedwaalde huisgezinnen door ambtelijk huisbezoek heelt afgesneden. Vg. ook: Hoe oordcelen onze vaderen over afscheiding en doleantie, Sneek J. Campen.

t) Ook willen wij geen afscheiding in de Kerk, d. w. z. een pleiten voor de ideeën der afscheiding, een pleiten voor de vrije-herh-idee, terwijl men om utiliteitsredenen nog in onze Kerk blijft, omdat inen zoodoende eenvoudig het prijsgeven der Volkskerk voorbereidt en zich genoodzaakt ziet eene meer normale, meer zuivere openbaring onzer Ned. Herv. Kerk tegen te houden.

Sluiten