Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

reeds eeuwen oud is, en den redenaar in de gelegenheid stelde, zijn toehoorders een blik te doen slaan op zijnen kring van gedachten, zijnen arbeid, zijn streven.

Wanneer ik een dergelijk programma ten uitvoer wensch te leggen, en in dit uur Uwe aandacht verzoek voor de bespreking van Uitersten op het gebied der algemcene ofphysische Chemie, dan rijzen er tal van moeielijkheden, die haar oorsprong ontleenen aan het feit, dat de wereld van gedachten, in welken de chemicus van heden leeft, betrekkelijk ver van dien van den algemeen ontwikkelde afstaat.

Vergelijken wij den stand van zaken van heden met dien van twee eeuwen her, toen de alchemie, welke naar minder verheven idealen streefde, dan de chemie van onzen tijd, haren hoogslen bloei had bereikt, dan leert reeds een oppervlakkige beschouwing, hoe groot het verschil in belangstelling voorheen en thans.

Omstreeks het jaar 1700 schetst zeker lid der alchemistische vereeniging te Nümberg, een genootschap dat den beroemden wijsgeer Leibnitz onder zijn leden telde, den toestand aldus:

Es will fast Jedermann ein Alchemistc heissen, Ein grober Idiot, der Junge niit dem Greiscn ; Rirtscheerer, altes Weib, ein kurzweiliger Rath, Der knhlyeschorne Miinch, der 1'iiesler und Soldat.

Sluiten