Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hem gegeven zijn. Zoo heeft zich uit het ouderlingenambt geleidelijk het bisschopsambt ontwikkeld. (Kurtz Lehrbuch der Kirchengeschichte, Band 1. S. 147). Had de bisschop aanvankelijk slechts het oppertoezicht over ééne gemeente, langzamerhand kreeg hij een kring van gemeenten onder zich. Ook dit ging weêr geleidelijk toe. Uit de stadsgemeenten ontstonden landgemeenten, die van de steden uit met ouderlingen en diakenen werden voorzien. Kregen die landgemeenten grooter beteekenis, dan kozen zij zich een eigen bisschop, die echter als landbisscliop van den stadsbisschop afhankelijk bleef. Zoo ontstond langzamerhand eene diocese. De landbissclioppen werden in hunne bisschoppelijke bevoegdheden hoe langer hoe meer beperkt, aan dé stadsbisschoppen ondergeschikt en eindelijk geheel afgeschaft i ongeveer 3(>0j. Zoo waren de stadsbisschoppen in hunne diocese langzamerhand de eenige bisschoppen geworden. (Kurtz : Lehrbuch der Kirchengeschichte. Erster Band. S. 1-18).

In de 4'10 eeuw was het gewoonte in de Oostersche Kerk, dat de bisschop zijn diocese of zelf of door middel van periodeuten (rondgaande inspecteurs) bezocht, Toen echter door de hulp van lagere geestelijken de arbeid in zijn eigen gemeente voor den bisschop verminderde, werden de periodeuten allengs afgeschaft en kwam de visitatie der landgemeenten weêr aan den bisschop zelf. Reeds in het jaar 500 is het dan ook, zelfs in verafgelegen streken, regel, dat elk kerspel eener diocese eenmaal telken jare door zijn bisschop persoonlijk wordt geinspecteerd. Traagheid in het bezoeken der gemeenten wordt dan ook ernstig gegispt en maatregelen geeischt tegen de berispelijke en vloekwaardige gewoonte van sommige bisschoppen, die zeer zelden of nooit naar den eiscli van evangelie, apostelen en kerk in persoon de gemeenten bezoeken, die aan hunne zorg zijn toebetrouwd. Bij de groote uitgebreidheid, die de bisdommen kregen, was het echter onmogelijk, dat de bisschop zelf persoonlijk de visitatie verrichtte. In de 9de eeuw trad dan ook reeds de archidiaken in zijne plaats en later werd de visitatie een regelmatig werk van dien geestelijke. In engere kringen, de zoogenaamde christianiteiten verrichtten de archipresbijters de visitatie. Zoo hield de visitatie van den bisschop zelf meestal op. Het concilie van Trente scherpte den bisschoppen hun plicht weêr in

Sluiten