Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Doch nu zegt de Apostel Petrus in de boven aangehaalde woorden nog twee dingen, waarop ik nog moet wijzen: ten eerste: dat wij verlost zijn van den ijdelen wandel, en ten tweede: dat onze hoop op God moet zijn.

Wij zijn verlost van den ijdelen wandel, van het verkeerde, vleeschelijke, wereldsche, dat ons heeft aangekleefd en buiten de gemeenschap met onzen God gesteld. Alle ongerechtigheden en overtredingen zijn ons vergeven. Maar als wij nu die weldaad, dat groote heil, waartoe de Geloofsbelijdenis ons heeft gebracht, met de hand des geloofs hebben aangegrepen, dan eischt ook de dankbaarheid, dat wij een anderen, geen gdelen, maar een degelijken, godvruchtigen wandel leiden, waarbij wij, met Christelijke deugden gesierd, leven ter eere Gods, den naasten ten goede en ons zeiven tot heil.

Ach, dat is het nu juist wat ik niet doe en niet kan! denkt wellicht menig lezer of menige lezeres, ja men roept het vertwijfelend uit: Dat juist is zoo verschrikkelijk, dat ik telkens weder in oude zonden verval en zoo bitter lijd aan gebrek aan zelf beheersching!

Gewis, het leven is een strijd, een bange strijd èn tegen den satan, èn tegen de wereld, èn tegen het vleesch. Luther heeft er voortdurend en terecht op gewezen. Maar wij moeten dien strijd aanbinden, met ernst, dagelijks, doch niet in eigen kracht maar in s Ileeren kracht, en daartoe moet dan ook juist het genot des H. Avondmaals dienen, opdat onze hoop op God zou zijn. Christus, die ons verlost heeft, wil ons ook helpen. Hij heeft het beloofd: „Ik ben bij u alle dagen tot aan 's wereld einde" (Matth. 28 : 20). Hij helpt Zijnen geloovige, die zwak is; Hij troost Zijnen geloovige, die lijdt; Hij zaligt Zijnen geloovige, die sterft.

Op het geloof komt het aan, dat ons juichen doet: Ons staat de rechte man ter zij ! Amen.

Amsterdamsche Stoomdrukkerij, Nic. Bcrchcmstraat 1.

Sluiten