Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2. Ook in hare plechtigste uitspraken behandelt de Heilige Schrift Jakob met denzelfden eerbied als Abraham en Izak; ja in zekeren zin treedt zijn naam zelfs op het eervolst op den voorgrond. Daarom is het zonder twijfel ook onze plicht, achting en eerbied voor dezen patriarch bij iedere gelegenheid te wekken en te sterken.

3. Hierbij behoeven wy echter volstrekt niet te verhelen , dat ook de aartsvaders, evenals de Profeten en de twaalf discipelen des Heeren menschen waren, zoodat wy over het menschelijke in hen ons niet hebben te verwonderen. Als menschen stelt de Schrift hen voor, en als zoodanig hebben ook wij hen te beschouwen en te behandelen.

4. Daarom moeten wy wel hun leven ook meten met den maatstaf der Wet; doch daar het Verbond Gods met hen het genadeverbond was, en zij de belofte van den Christus in geloove hooggehouden hebben, viel hun wel vaderlijke kastijding, doch ook genadige vergeving en bedekking hunner zonde ten deel. En waar God bedekt heeft, daar staat het toch niet aan ons, om te ontdekken; waar God rechtvaardig verklaard heeft, daar staat het toch niet aan ons, om daarna te veroordeelen.

5. Behandelen wij zoo het leven der aartsvaders, ook dat van Jakob, dan krijgt God Zijne eere, en de nagedachtenis Zijner vrienden blijft bij ons in zegening; het woord blijft staan: „Welgelukzalig is hij, die den God Jakobs tot zijne hulp heeft, wiens verwachting op den Heere, zijnen God, is." (Ps. 146 : 5.)

ft

Sluiten