Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van Mevrouw Bosboom-Toussaint: „Het Huis Lauernesse."

In het „Huis Lauernesse" behandelt de schrijfster het tijdperk der „Hervorming."

Kon zij gelukkiger keuze doen? Staat het Nederlandsche volk niet bekend als een godsdienstig volk ? Heeft het Calvinisme hier niet het eerst en het diepst wortel geschoten? Werd hier niet het geknetter der duizenden brandende houtmijten overstemd door den vromen psalmzang der gefolterde martelaren?

Stoere Calvinisten als ze waren, hebben onze voorvaderen de lange worsteling volstreden tegen het Katholicisme, geïncarneerd in het toen zoo machtige Spanje.

En die meer dan een half millioen Fransche réfugiés, die hun geloof stelden boven hun vaderland, werden ze niet openarmig ontvangen door hun vrome geloofsgenooten?

Heeft de schrijfster gesproken tot haar volk door haar greep uit de geschiedenis? Ja, Mevrouw BosboomToussaint kent haar volk, begrijpt 's lands historie en is een historische romancière bij uitnemendheid!

En dan Schimmel! Herinnert U slechts zijn „Mary Hollis!" Hoe zuiver, hoe kernachtig, hoe waar schetst Schimmel ons daarin Coenraad Van Beuningen, Jan de Witt en stadhouder Willem III. Aan het hof van Karei II Stuart wordt ons het „Kind van Staat" voorgesteld. Ziet hem daar tegenover Louise de Querouaille, die al haar vrouwelijke coquetterie op hem verspilt, terwijl hij haar doet ontstellen door zijn aanduiding op het „Geheim Verdrag van Dover" (1670). Wat figuur! wat karakter! als in marmer uitgebeiteld! De vaardige hand van Schimmel heeft ons in dat boek mannen geschetst, waarvan we voelen en begrijpen, dat ze in staat waren het cabinet van 's Gravenhage te maken tot het kruispunt van de koorden der Europeesche diplomatie.

Dat tijdperk van onze grootheid en macht vinden we meermalen terug in Schimmels historische romans in beelden, die spreken tot ons volk. En dan onze groote Potgieter — (de god Pieter der candidaat-hoofdonder wijzers).

Sluiten