Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

brekkige, doordat de middelen om er te komen ons bfj voortduring ontvallen, teiwijl wij aan den anderen kant ons bewegen op nieuwe banen, aangelegd door de voorstanders van krachtige maatregelen en noodzakelijk geworden door de vele veranderingen, welke de samenleving ondergaat en die vooral de laatste jaren zeer duidelijk waarneembaar zijn.

Zeer langen tijd heelt het gildewezen, die merkwaardige instelling tot regeling van den arbeid van den handwerksman, inclusief de opleiding voor liet handwerk, welke zoo verbazend veel heelt bijgedragen tot verheffing van het ambacht in zijn hoogste beteekenis, na hare afschaffing bij decreet nagewerkt. Deze nawerking, vormende eene langdurige periode van overgang, heeft ons behoed voor eene plotselinge inzinking, waardoor de nadeelige gevolgen, die uit elke verandering van verre strekking, naast de voordeelen, die er mede het gevolg van kunnen zijn, noodzakelijk moeten voortvloeien, vooral wanneer die verandering niet geleidelijk plaats heelt, niet zoo dadelijk merkbaar werden.

Temeer niet, daar dat gildewezen van lieverlede zóó was ontaard, dat het ten langen leste voor allen, die eene vrije ontwikkeling voorstonden, onduldbaar was geworden en het dus verademing gaf, toen deze verouderde en verwaterde instelling, nie! meer kunnende voldoen aan de eischen van den tijd, officieel was opgeheven.

Maar al bleven, zooals gezegd is, nog langen tijd verschillende invloeden nawerken, deze werden gaandeweg zwakker, vooral ook tengevolge van een andere productiewijze, o. m. veroorzaakt door de invoering van „de machine" en door stoom, later ook electriciteit als drijfkracht, waarbij eene gansch andere verhouding ontstond tusschen patroon, gezel en leerling.

Het „aanbesteden" kwam hoe langer hoe meer in zwang en werd steeds verder doorgevoerd; hoofdaannemers kregen onderaannemers en dezen besteedden het werk weer uit aan de gezellen. Het werken in daggeld veranderde in stukwerk, terwijl in de bouwvakken door de groote en plotselinge uitbreiding der groote steden en de gemakkelijke wij<e om kapitaal te bekomen, de zoogenaamde revolutiebouw een groote ommekeer teweeg bracht.

Het spreekwoord „tijd is geld" vond gereedelijk ingang, en 't was ook het antwoord op tal van vragen, welke gesteld werden door menschen, die meenden, dat er toch nog andere factoren waren, waarmede ter wille van de Maatschappij, rekening moest worden gehouden.

Is het wonder, dat onder dergeljjke. omstandigheden , de „leerling" in het gedrang kwam, dat ten slotte van een band tusschen hem en den patroon, waarbij de laatste zich als 't ware zedelijk verbond, ook zonder dat zulks in een leerbrief of contract was omschreven, den jongen het ambacht te leeren, op hem te

Sluiten