Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lieden hebben het dan ook altijd zonder speciale teekenlessen moeten stellen.

Na 1863 kwam hierin echter eenige verandering, daar met de invoering der Wet o/h. M. O., ook van regeeringswege werd gezorgd voor onderwijs, voortgezet onderwijs aan a. s. ambachtslieden. Vanaf dien tijd dagteekenen de Burgeravondscholen en het is een opmerkelijk verschijnsel, dat de toenmalige Minister tiiorbecke reeds inzag, dat de a. s. ambachtsman meer noodig heeft dan vak- en teekenkennis en wel een zekeren graad van algemeene ontwikkeling, welke op de Lagere School alleen niet te verkrijgen is. Deze Minister begreep, dat de daar verkregen kennis niet alleen moet worden vastgelegd, maar ook aangevuld en uitgebreid.

Het is genoegzaam bekend, dat de resultaten dier scholen in 't algemeen niet schitterend waren, al waren er ook toen gelukkige uitzonderingen, maar de bloeiende toestand van de huidige Burgeravondscholen, meer in overeenstemming gebracht met de wezenlijke behoeften, bewijzen toch dat de kern, de hoofdgedachte aan deze scholen ten grondslag liggende, uitstekend was.

Maar het was niet alleen Minister thorbecke, die begreep, dat voor den a. s. ambachtsman eene betere voorbereiding noodig was. Er waren nog andere mannen, die reeds lang hadden ingezien, dat de bestaande toestand op den duur onhoudbaar was en de Teekenschool niet voldoende kon voorzien in het tekort aan opleiding op de werkplaats. Zij gingen veel verder en zagen toen reeds helder in, dat ook voor de practische vorming, voor het aanleeren van het ambacht zelf meer en beter moest worden gezorgd. Volgens hunne meening moesten er dagscholen zijn, waarop niet alleen teekenen en ander algemeen ontwikkelend onderwijs werd gegeven, maar ook de praetijk van het ambacht, d. w. z. de bewerking van het materiaal, de behandeling der gereedschappen, de constructie- en materialenleer.

Amsterdam , de hoofdstad van het Rijk , ging hierin voor en was. de eerste plaats in Nederland waar een Ambachtsschool werd opgelicht. Dit had plaats in 1861, dus nog twee jaar vóór het tot stand komen der Wet o/h. M. O.

De eerste Ambachtsschool dankte hare oprichting aan de Maatschappij voor den Werkenden Stand, die zich in 1854 tot eene Maatschappij constitueerde en van lieverlede was geworden eene Vereeniging van ongeveer 9<>0 leden, grootendeels industrieëlen.

Een zeer werkzaam aandeel in de totstandkoming dezer school had de bekende Amsterdamsche Architect j. h. leliman, thans nog Eere Lid der Maatschappij voor den Werkenden Stand, Afdeeling Ambachtsscholen.

Ook de Maatschappij tot Bevordering der Bouwkunst hield

Sluiten