Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Alles beeft een bestemden tijd" — zoo scbreef de Hebreeuwsche wijsgeer, de Prediker; er is een tijd om geboren te worden en te sterven, een tijd van komen en gaan. Aan die onverbiddelijke wet zijn allen onderworpen. Keizers en koningen worden oud, even goed als de geringste daglooners.

Men zou soms den tijd willen doen stilstaan, niet om als weleer Jozua vijanden te verslaan, maar — om dankbaar te genieten van 's levens volheid, van gezondheid, kracht, liefde. Doch wij weten het, onze bede: Zon, sta stil, zou niet baten. Wat zouden wij dit heerlijk jaargetij lang willen behouden! Maar: nog eene maand verder en het koren is reeds gemaaid en verzameld in de schuren, het stoppelland zegt ons, dat de oogst is afgeloopen, midden in den rijkdom van den zomer hooren wij reeds liet geruisch van den naderenden herfstwind.

Daar is geen uitzondering op dat komen en gaan. De tijd waarop ik als uw voorganger zal heengaan is wel is waar nog niet bepaald, maar de dag van heden roept mij o zoo duidelijk toe: Alles heeft een bestemden tijd, gij hebt 40 jaren dienst, uw tijd is gekomen. Het einde is er nog niet, maar het is in aantocht, 't Is als het gelui van de eerste bel, die waarschuwt voor het aanstaand vertrek.

Ik had aanvankelijk daarvan liever willen zwijgen. Docli de nieuwsbladen hebben het, buiten mijn weten, onlangs bekend gemaakt. Als predikant is men een publiek persoon en woont men, althans ten deele, in een glazen huis. De neiging van een predikant moge zijn zooals het kerklied dat omschrijft: Leer mij stil

Sluiten