Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

elkaar moesten werken, zonder meesters of bazen : dus communistisch werken. Dat lachte mij toen reeds toe, maar ik kon geen menschen vinden geneigd totmedewerking.

Toen kwam ik in aanraking met losse werklieden, die alles met mij durfden ondernemen. Geld of kostbare gereedschappen waren niet noodig, want het werk bestond in graven, hei- en kleine waterwerken, wegen aanleggen en verbeteren. Het afwisselend werken in de vrije lucht, zonder dagloon en meester, beviel ons zoo uitstekend, dat wij met geen minister zouden hebben willen ruilen. Nog nooit hadden wij zoo pleizierig gewerkt en over de arbeidsopbrengst stond elkeen verbaasd: wij werkten allen voor ons zeiven en dus, wij werkten veel en goed. ,

Onze onderneming breidde zich uit, daar velen met ons wilden werken. Maar wij kregen tegenspoed bij de aanneming van een waterwerk, en jawel, daar kwam de oude loonslavernij weer boven : de arbeiders wilden dagloon. Waar geen onzer hun dat kon verzekeren, liepen ze allemaal weg, zoodat ik alleen overbleef voor een werk. waar meer dan 11K) man voor noodig waren.

Toen ik alleen bleef doorwerken, dachten zij dat ik gek was en kwamen de aannemers mij vragen, om afstand te doen van het werk.

Ik wilde dat niet en sloeg hun voor, het werk klaar te maken als zij mij voorschot gaven, om den loonslaven hun dagloon tc kunnen uitkeeren.

De oude toestand keerde dus weer terug, ik de baas en zij de loonslaven.

Het gaat den meesten loonwerkers als een oude kettinghond, die blaft om los te komen en als hij zijn ketting voor een enkele keer verbreekt, dan springt hij als een razende rond, maar kruipt ten slotte weer zijn hok in.

De loonwerkers hebben mij dus. ongeveer 40 jaar geleden, mijn kommunistische illusies ontnomen, of liever geleerd, dat een kommunistische staat in een roofstaat niet kan bestaan.

Ik betaalde mijn medewerkers hun dagloon en zorgde er wel voor hen niet te ruim te bedeelen. ik voer er

Sluiten