Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

houder of vervoerder verplicht het desgevorderd aan deze ambtenaren of beambten af te geven en hnn aanwijzingen of bevelen daaromtrent op te volgen.

Art. 35.

Vleesch, dat wegens overtreding dezer wet is in beslag genomen, zal indien het niet wordt afgekeurd aan den eigenaar worden teruggeven, nadat het, als zulks noodig wordt geoordeeld, overeenkomstig de bepaling van art. 26 dezer wet, zal zijn toebereid en hij het bedrag der waarde, te bepalen door een op grond dezer wet met de keuring belasten ambtenaar, ten kantore van den gemeente-ontvanger of diens gemachtigde heeft gestort.

Van de storting van het bedrag der waarde wordt den belanghebbende een schriflelijk bewijs verstrekt. Ingeval de rechter het gestorte bedrag der waarde niet bij vonnis verbeurd verklaart, zal het den belanghebbende desgevorderd worden teruggegeven.

Wordt het gestort bedrag bij vonnis van den rechter verbeurd verklaart, dan komt dit ten bate van de gemeente waarin de overtreding is geconstateerd

Art. 36.

Onder vee worden bij deze wet verstaan: runderen, kalveren schapen, geiten, varkens en eenhoevige dieren.

Onder vleesch wordt verstaan: alle deelen van die dieren welke niet door zouten, rooken of op andere wijze, behalve door bevriezen verduurzaamd zijn. De huid, behalve van varkens, de horens en de klauwen zijn hiervan uitgezonderd.

Overgangsbepalingen.

Art. 37.

In gemeenten waar bij het in werking treden dezer wet personen, die de akte van bevoegdheid als veearts niet van Rijkswege ontvangen hebben, met de keuring van vee en vleesch zijn belast, kunnen deze gedurende een jaar na het in werking treden dezer wet, die betrekking blijven vervullen.

Geven zij na een jaar niet de blijken van geschiktheid bedoeld bij art. 2 laatste alinea, dan worden zij ontslagen.

Deze bepaling is niet toepasselijk op in alinea 1 van dit artikel bedoelde personen, die langer dan drie achtereenvolgende jaren in een gemeente met de keuring zijn belast en niet ouder zijn dan 65 jaren.

Sluiten