Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hut geheele land werd naar den regeerenden czaar Alexander I land gedoopt en nog een reeks van anti-Fransche namen als W'aterloo, Smolensk enz. in den Zuidlandgordel op de kaart gezet. Later bleek, dat reeds vóór von Bellingshausen anderen o. a. op de Shetlandseilanden aan het doopen waren geweest en dat men hier stond voor eenige der vele dubbeldoopen, die in het Zuidpoolland zoo vaak voorkomen en die zelfs de beste waarnemers op hun geweten kunnen hebben, als bijv. hun chronometers, in lang niet geverifieerd, hen een onjuiste lengte opgeven.

De ontdekking van Alexander-I-land blijft intusschen de onvergankelijke glorie van von Bellingshausen en eerst in 1902 werd dit land voor het eerst weergezien.

Ondertusschen had terzelfder tijd de Brit James Weddell de Union-Yack over den Zuidpoolcirkel vertoond. Met een aard, een karakter en een levensloop als Cook, liet de ontdekking van Smith hem geen rust. Bij de vlootvermindering van 1S16 als kapitein-luitenant op wachtgeld gezet, ging hij nog in 1819 als robbenjager op een brik naar het Z. en ontdekte waarschijnlijk vóór Powell de Zuid-Orkaden. Op 34° 16 W. L. bereikte hij de nog nooit bereikte Z. B. van 740 15' en de zee, rijk aan robben en zeevogels, die daar later als Weddellzee op de kaarten werd aangeteekend, schijnt door wisselende ijsverhoudingen zeer ongelijk van bevaarbare grootte te zijn, zoodat eerst Nordenskiöld's onderzoekingen in dezelfde streken Weddell's ontdekkingswerk volkomen recht hebben gedaan. Moeite noch wilskracht spaarde Weddell om zijn ontdekkingen vruchtbaar te maken voor handel en aardkennis, meer dan eens heeft hij slechts met de grootste inspanning zijn schip uit het ijs en zijn bemanning van verstijving kunnen redden. In diezelfde jaren 1820—1822 zijn in de buurt der Zuid-Shetlanos zeven robbenschepen vergaan.

Een mooi voorbeeld van belangstelling van groothandelaars voor de wetenschap, van gelijken ijver voor praktijk en wetenschap hebben in die dagen de Engelsche gebroeders Enderby gegeven. De stichting der Royal Geographical Society in 1830 ging in Engeland gepaard met een veelzijdige belangstelling in geografische vraagstukken en betrokken bij de

Sluiten