Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

boldt aan Parijs, vooral op een rijken ethnograt'ischen oogst uit de Zuidzee, en deed in dezen zee-officier, die even ijverig natuuronderzoeker als hartstochtelijk ontdekkingsreiziger was, een uitstekende keuze In 1837 zeilde hij uit met twee schepen, waaronder de bekende «Astrolabe» en vond de Weddellzee door zwaar pakijs versperd, maar ten Z. O. van de ZuidShetlands kon een groot kuststuk van een onafgebroken landmassa als Louis-Philippeland op de kaart worden ingeteekend, hoewel het niet kon worden betreden. Vandaar wendde hij zich buiten zijn instructie om naar de magnetische Zuidpoolstreken, die ten Zuiden van Tasmanie lagen en kwam op 660 30' Z B. en 138° 21' O. L. zoo dicht bij de magnetische Zuidpool, dat geen twee magneetnaalden op het schip eenzelfde richting wezen. Een land dicht erbij werd naar zijn vrouw Terre Adèlie genoemd, in het terrein door Wilkes reeds gevonden, zooals deze hem zelf bij hun ontmoeting op 65° Z. B. en 135° O. L. kon aantoonen. Zijn gezondheid dwong Dumont d'Urville in 1840 terug te keeren en zijn grootste verdienste was misschien wel de opwekkende geestdriftige beschrijving van het doorvaren gebied en de mooie illustraties, die er aan werden toegevoegd. De Franschman had zelfs nog de honig der poezie weten te puren in deze schijnbaar slechts afschrikwekkende oorden.

Geen mogendheid had bij een betrouwbaar compas zooveel belang als het kolonierijke, handeldrijvende Groot-Brittanie en ook in de British Association lieten de mannen der wetenschap tusschen 1830 en 40 het vaakst en het luidst hunne stemmen hooren ten bate van een onderzoek naar de magnetische Zuidpool, om zoo ook dat van de magnetische Noordpool eerst recht vruchtbaar te maken en de berekeningen van de ligging van de Zuidpool daaruit voortgevloeid practisch te kunnen controleeren.

Aan James Clarke Ross, die met zijn oom John Ross aan de magnetische onderzoekingen in het noorden had deelgenomen, werd in 1839 de leiding van dezen tocht zuidwaarts toevertrouwd. Zijn magnetische waarnemingen zouden worden aangevuld door gelijktijdige op Sint Helena, aan de Kaap en in Hobarttown in Tasmanie. Het valt alleen te betreuren dat de

I

Sluiten