Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Roodgerokte Pellikanisten

Zij rijden vooraan in de rij;

Hen volgen te paard en in wagens

Al d'andren, kleurig als zij;

Hun blazoenen en schilden en vaandels,

Hun kleurdos van zij en fluweel,

Het zonlicht blijft alles doen blinken,

Als eerde ze 't Landjuweel.

Waar de Houtstraat en Gierstraat zich scheiden,

Daar wordt de schitterende stoet

Door Haarlems steémaagd, omgeven

Van een keur van schoonen, begroet;

Begroet met feestlijke rijmen,

Door de Kameren één voor één

Met dankende rijmen beantwoord;

Dan trekken naar 't marktplein zij neen;

Daar zullen ze dagen lang kampen

Met zinnespel, klucht en gedicht;

Het prijsgoud en zilver het blinkt reeds

Voor 't Raadhuis, verlokkend gezicht.

Zij hebben acht dagen gestreden,

Elke Kamer kreeg billijk haar deel;

Wat ze voordroegen? 't bleef bewaard ons

In een boek „het Constthoonend Juweel".

Naar dat boek moet ik ieder verwijzen,

Die meer er van weten wil,

Maar voor hem, die dat door kan lezen,

Sluiten