Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Heeft men er niet op gedicht.

Dat staat vast, want sinds zeventienhonderd

En twee is het vers van elk jaar

Getrouw ons bewaard gebleven;

Ge vindt ze in 't archief bij elkaür.

Trou zond aan de zusterkamers

Het jaarvers als immer zij placht,

En zag op Nieuwjaarsdag weerkeerig

Hun dicht door hun „knecht" zich gebracht.

Die naam van „knecht" is gebleven

Voor onzen kastelein,

Als andre titels herinnrend

Aan eeuwen die niet meer zijn.

Trou's knecht, met den roodflinveelen

Bandelier, in plechtig ornaat,

Bracht den zustren het vers met een heilwensch,

En kreeg dan een halven dukaat.

En vandaar, toen die zusterkamers

Verkwijnden en gingen te niet,

Dat de knecht, die toch heilwensch wou spreken,

Die in Trou sprak, als steeds nog geschiedt.

Intusschen zoo niet gedicht werd,

Vergaderd werd er al meer;

Doch niet de Houtstraat, de kleine

Zag hen vergaard als weleer.

De Bagijnestraat, en wel de lange

Zag in die eeuw hen bijeen,

En de knecht kreeg daar met zijn huisvrouw

Sluiten