Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ontmoeten op den regel, dat „liet hoofd 't welk eene kroon draagt steeds onrustig ligt."

Maar — zooals helaas! te dikwijs het geval is in het menschelijk leven — juist toen de zon zoo helder scheen en de lucht zoo schoon en onbewolkt er uitzag, waren^de donkere dagen reeds aan 't naderen.

De disputen tusschen de Britsche Regeering, vertegenwoordigd door Sir Alfred Milner, en de Regeering der Zuid-Afrikaansche Republiek, vertegenwoordigd door President Kruger, waren al scherper en scherper geworden.

De beweging door de kapitalisten van Johannesburg op touw gezet in overleg met de mannen die bekend waren als „de Khodesclique'', had zich ten doel gesteld de Engelsche Regeering zich te doen mengen in het inwendig bestuur der Republiek, om zoodoende een oorlog tot stand te brengen, waardoor zij dom genoeg — verwachtten dat op een of andere wijze hunne belangen in Johannesburg, Rliodesia, Kimberley en elders bevorderd zouden worden.

Toen President Steyn bemerkte, dat de verhouding tusschen de twee Regeeringen, met welke beiden hy, als een verstandig en vredelievend staatsman, wenschte bevriend te blijven hoe langer hoe meer gespannen werd, achtte hij het zijnen plicht alle pogingen aan te wenden 0111 een vredebreuk te voorkomen. Hij noodigde dus den President der Zuid-Afrikaansche Republiek en den Hoogen Commissaris uit, naar Bloemfontein te komen, om aldaar op vriendschappelijke wijze de punten in geschil met elkander te bespreken.

Deze byeenkomst vond plaats op 31 Mei 1891) en volgende dagen. Ongelukkig heeft deze conferentie niet tot den gewenschten uitslag geleid. President Kruger bood zekere aanzienlijke wijzigingen in de wet op stemrecht aan, doch Sir Alfred Milner sloeg die kortweg van de hand, en de partijen gingen uiteen zonder dat iets van eenig nut of belang tot stand werd gebracht. President Steyn nam geen deel aan het onderhoud, daar hij slechts zijn hoofdstad had aangeboden als een geschikte plaats om die bijeenkomst te houden.

Sluiten