Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

overgave van Cronje hail hen voor het oogenblik geheel ontmoedigd, en al wat de President, geholpen door generaals de Wet en De la Rey doen kon, was te beletten dat er eene algemeene paniek en vlucht plaats vond.

Nadat Bloemfontein zonder slag of stoot was ingenomen, vertrok de President met zijn Uitvoerenden Raad naar Kroonstad. Gelukkig verliet hij zijn hoofdstad per kar en niet per spoor, want kort voor zijn vertrek had een of ander verrader de spoorlijn een paar mijlen buiten de stad opgebroken, met het blijkbaar doel den President te doen verongelukken indien hij per trein gereisd had.

Lord Roberts vertoefde geruimen tijd te Bloemfontein, om zijn afgematte soldaten op hun verhaal te laten komen en nog meerderen bij hun reeds overweldigend getal te voegen. Intussehen werd een buitengewone zitting van den Volksraad gehouden. Toen lord Roberts Kroonstad later innam, trok President Steyn zich met zijne Regeering terug naar Heilbron, van uit en rondom welk middelpunt hoofdcommandant Christiaan de Wet de Engelschen gedurende den loop van den oorlog gedurig „verrassingen" bezorgde.

Tegen het einde van Juli 1900 bracht President Steyn een bezoek aan de Regeering der Zuid-Afrikaansche Republiek, die toen gevestigd was te Nelspruit op de Ooster-lijn. Toen hij, op een gedeelte van zijn lange en gevaarlijke reis vergezeld door hoofdcommandant de Wet en eenige honderden burgers, van af Reitzburg door de districten Rustenburg, Waterberg en Lijdenburg heen en terug ging, was deze tocht een der merkwaardigste ondernemingen die gedurende dezen oorlog plaats vond.

Op 5 November 1900 gebeurde het ongeval te Bothaville. Door de zorgeloosheid zijner brandwachten werd Generaal de Wet onverwachts aangevallen door eene macht onder Kolonel de Gallois, en toen ook Generaal Knox gedurende het gevecht met nog een ander) groote macht kwam aansnellen, was de Wet verplicht terug te trekken met verlies zijner kanonnen (waarvoor hij echter geen ammunitie meer had) en met achterlating van een aantal zijner manschappen als krijgsgevangenen.

Sluiten