Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

haar nog eens. En toen, alsof hij haar plotseling herkende, liet hij een heel zacht, teeder mi-a-uw r hooren en ging in de sneeuw zitten, vlak tegenover de zieke poes. Toen hief deze langzaam haar kopje op, berook op hare beurt de grijze kat en antwoordde op een hoogst droevigen toon: mi-a-uw!

Wie zou het ooit hebben gedacht dat deze arme verlaten poes, stervend van honger en kou, de mooie angora was die vroeger op fluweelen kussens sliep in een fraai salon; die aan tafel door lakeien werd bediend en de medgezel, de geliefkoosde speelpop was van de dame van 't kasteel!

Zóó bleven de poesen een tijdje tegenover elkander zitten, doodstil, maar mekaar nu en dan aankijkende, en van tijd tot tijd elkander aansprekende met een zacht en klagelijk: „Mi-a-uw? mi-a-uw!"

Wat vertelden ze wel aan mekaar met hun oogen en hun gemiauw? Dat weet ik niet. Waaraan dachten ze? Deelde de witte kat haar ongevallen meê aan de grijze? Mogelijk; maar ik weet het niet, want het is ons menschen niet gegeven de taal te verstaan die de poesen met elkander spreken.

Maar ik ken de geschiedenis van de witte kat en ik zal ze u meedeelen: Helaas, haar was overkomen wat de menschen in de wereld óók zoo dikwijls overkomt. De jaargetijden wisselen at en ook de lotgevallen van menschen en dieren zijn wisselvallig.

Sluiten