Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

door mejuffrouw Geertruida Johanna Elizabeth Jullens, die 20 Januari 1797 te Groningen werd geboren.

Daarop volgt, wederom links, het huis Haaksbergen, waar de heeren Van Oeckelen sedert 1S30 een orgelt'abriek hebben. Deze is zeer bekend. Zij heeft wel een 80-tal orgels in dien tijd afgeleverd, meest aan dorpskerken, maar toch ook 3 zestienvoetswerken, om niet te spreken van talrijke reparatiën. Aan den rechterkant, voorbij de nette villa „Kooikamp", beginnen de gronden van het oude landgoed „Glimmen". Wandeling verboden! Een zeer mooie rechte oprijlaan, bijna 10 minuten gaans, leidt voorbij een viertal woonhuizen tot het Huis, dat met zijn bloemenen moestuin van een gracht is omgeven. Het diluvium, waarop een en ander ligt, wordt door de A bespoeld, die hier tot menig mooi kiekje gelegenheid geeft. Er staan prachtig zware boomen bij het huis, welks oudste brieven tot 1586 opklimmen, toen de „amptman indertijt des Gherichtes van Selwart", landen en goederen te Glimmen met „huys, hoff und alle haer thobehooren", eigendom van Jonge Hindrick in de Woert, verkocht aan Albert Suinges te Onnen.

Wij vergenoegen er ons mede, het huis aan 't einde der laan door het hout te zien schemeren en gaan den straatweg verder langs. Rechts en links zien wij verschillende zijwegen. De zuidelijke brengen ons naar het station „De Punt", dat wij in die richting zien liggen. Langs den tweeden loopt de tramlijn naar Zuidlaren. Aan den rechterkant volgt nu het buitenverblijf „Welgelegen", met zijn prachtig geboomte, welks witte gevel met zijn groene omlijsting altijd de oogen tot zich trekt van de spoorreizigers. Nu krijgen wij links de bekende herberg de „Groninger Punt". Toen er nog geen brug over de A lag, kon men hier den veerman vinden, die reizigers, wagens en goederen per pont overzette. Nu is deze herberg een aangename uitspanning en een zomerverblijf, vooral aan te bevelen aan de liefhebbers van visch- of roeisport. De drukte van vroeger vindt men er niet meer, toen het uit-rijden-gaan nog sterk in de mode was. Spoor en tram praten nu een woordje mede.

Wij gaan nu midden op de brug staan. De rondblik is er frisch en verkwikkelijk. De A-stroom vormt hier de grens tusschen Groningen en Drenthe. Kijken wij noordwaarts, dan zien wij aan den linker oever de zich ver uitstrekkende groenlanden en daarachter de bosschen van Oosterbroek tot Paterswolde. Zuidwaarts is de rechteroever ook houtrijker dan de linker en neemt de laatste meer het heide-karakter aan. Aan de andere zijde van den spoorweg ligt op den rechteroever het landgoed „De Pol", dat vroeger een meer florissant voorkomen had. Ik heb er nog hoog geboomte gekend, waar thans weiden en bouwlanden zijn.

Sluiten