Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

jaargangen lezenswaardige stukken van Dr. H. Hartogh Hevs 'van Zouteveen, Mr. L. Oldenhuis Ciratama en anderen. Er zouden veel meer oorspronkelijke bronnen zijn te raadplegen en eigen studieën aan de hunebedden zijn te wijden, dan door mij is geschied, maar met het oog op mijn doel hoop ik mij genoegzaam te hebben voorbereid. Ik wensch volstrekt niet met dit geschrift a|= een specialiteit op te treden. Ik heb aan het onderwerp zooveel gedaan, dat ik zou kunnen zeggen: een ding weet ik{ dat er nog veel meer te vragen overblijft dan er is beantwoord.

De echte Drenth kent het woord hunebedden niet, zegt Pleyte, dan voor sommige oude, lange, platte graven, waarin voor eeuwen vermoedelijk onverbrande lijken zijn neergelegd, zooals er ook op de Veluwe onder dien naam moeten zijn aangetroffen. De schrijvers hebben dien naam op de megalitische gedenkteekenen toegepast, waaraan de oostelijke grensstrook van Drenthe zeer rijk is. Door hen is die naam er in gekomen. Maar de Drenth' spreekt van „steenhoopen" of „dikke, d.i. groote steenen". De bekende schrijver Johan Picardt zegt: „steenhopen" en niet: „hune- of hunnebedden". Toen ik met een klein gezelscnap in de heide was bij het gehucht Zeegse en wij als een rariteit een kudde en een herder hadden bekeken, liet ik aan den man een schetsje zien van het hunebed bij het station Vries-Zuidlaren en vroeg hem, of hij dat kende. „Het is het hunebed bij het station". Hij bekeek het, maar herkende het eerst niet. Maar toen zei hij: „Ja, nu zie ik het wel, de dikke steenen en een paar kinder er bovenop" (1895).

De Duitschers spreken van „Steingraber" of „Hünengraber; op het eiland Sylt, waar men een schat van oude gedenkteekenen vindt, spreekt men van „Hoogen". Daar bestaan ook legenden omtrent hun doel en oorsprong. Ze zijn er veel vollediger bewaard gebleven dan 'bij ons of in Hannover, Oldenburg en elders in Noord-Duitschland en waren tot verschillende doeleinden bestemd: tot woningen, tot gerechtsplaatsen of tot graven. Dat het voorvoegsel „hunen" niets 'met de „Hunnen" te maken heeft, zooals vroeger wel is beweerd, is zeker. Misschien staat dat woord in verband met „hen", dat men jn het Qeldersch en misschien nog in andere dialecten aantreft, bijv. in het woord „hennekleed", dat de gebruikelijke naam is voo(r doodskleed.

Een volledig hunebed zou er ongeveer ajdus uitzien: Een aantal vrij groote veldkeien, granieten of verwante steensoorten, elk aan een zijde min of meer vlak gemaakt, staan langs de vier zijden van een langwerpigen rechthoek. In de korte

Sluiten