Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ook een stuk of wat, aan de zijden van den Heereweg staan een paar rijen, die bij het Boschhuis mooie exemplaren tellen. Bij het huis te Glimmen vindt men prachtige stammen. Maar bij het huis Laarwoud zullen wij eerst ware pronkjuweelen van beuken zien, zooals men ze bijvoorbeeld tusschen De Steeg en Velp en bij Middachten bij getallen aantreft. Hier in onze laan hangt hun slechte groei misschien met ongeschiktheid van den grond samen. Er stond hier vroeger aan beide kanten veel meer hout dan tegenwoordig en daaronder kwamen groepen hooge dennen voor, die helaas verdwenen zijn. De kleine huisjes, die hier meer en meer verrijzen, doen schade aan het teekenachtige der laan.

Bij het herbergje Blankeweer kan men rechts naar het landgoed De Pol gaan. Links gaat onze weg, die nu bij den tol den Ouden Heereweg bereikt en daarin overgaat. Het stuk, dat wij nu ineens voor ons zien, is van Harendermolen tot zoover wij zien 3400 meter lang rechtuit. Bij dat punt, De Oorsprong, naderen wij door een bayonetbuiging meer tot den benedenweg van Onnen. Ook beginnen hier de vergezichten naar het 700 HA groote Zuidlaardermeer, dat aardig tusschen de huizen en de boomgroepen van het lager dan ons standpunt liggende oeverland voor den dag komt. Wat behoeft men toch maar weinig meters hooger te staan dan de omtrek, om reeds van een waar vergezicht te kunnen genieten. Wij zien hier in 't verschiet de streken van Kropswolde en Martenshoek.

Het Zuidlaardermeer heeft een zandigen bodem en is niet diep. Zelfs in de vaargeul, die in zekeren zin de bedding is van de Hunze, kan men staan. Ergens op het meer sloeg een zeilboot om, waarin een gezelschap dames en heeren. Twee jongelui waadden toen naar den oever, alleen zwommeki zij dwars door de geul, en haalden een giek, waarmede de giegelende schipbreukelingen, die tot hun midden in 't water stonden, aan wal werden gebracht. Oeeneen zelfs werd er verkouden van. Misschien door de vroolijke stemming.

Wij passeeren nu de grens der provinciën en komen te Midlaren. Links op kleinen afstand ligt Meerwijk, toebehoorende aan Jhr. Mr. P. J. van Swinderen, den vice-president van den Raad van State. Het is hier een gezellig hoekje lands. Aan het einde van het geboomte zien wij ons aan een viersprong. Wie Zuidlaren het snelst wil bereiken, gaat rechtuit en verschaft zich dan het genot vna een wandeling over den esch. Zonnig kan ze zijn, dat is waar, maar in Juni, als het koren staat te bloeien en nog niet is gaan liggen, is de wandeling vol karakter. U ziet hier en daar een kei in den grond liggen, juist waar een voor twee akkers vaneenscheidt. Dat is een „scheisteen", een eeuwenoud merkteeken voor grensscheidingen van akkers, zoo

Sluiten