Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hooiwagens en 's Zondagskerkgangers. Allerlei bewegingen, genoeglijk om aan te zien.

Als wij op ons gemak hebben geloopen en hier en daar hebben gerust, hebben wij van het station tot hier twee en een half uur gebruikt en zijn niets moe. Zonder rusten doet men het in een uur minder.

b. Wij zijn weer aan de plek bij Zeegse, waar de weg zich splitst, en gaan nu links. Heel mooi is het echter, Zeegse zelf te bezoeken. Dan moeten wij den eersten zijweg over den esch ingaan. In Mei 1905 deed ik dat nog. Uit den trein zagen wij al op de heide allerlei witte figuurtjes, waarvan wij geen verklaring wisten te geven. Maar toen wij de heide betraden, zagen wij, dat het ontelbare spinnewebjes waren, tusschen de polletjes heidekruid uitgehangen, en die alle bedauwd waren; maar de dauw was tot uiterst fijne ijskristalletjes bevroren. Zeegse had onder die omstandigheden een extra-feestkleed aangetrokken. Wij konden het op ons gemak van den ons bekenden duintop af bewonderen. En het dennenbosch, dat er achter ligt, vertoonde niet minder fraaie rijptoestanden. Maar het duurde niet lang. Toen tegen 8 uur het meizonnetje wat hooger klom en over een wolkenbank in in het oosten de heide eens aankeek, heeft het zeker gezegd: „wat moeten jullie hier uitvoeren?" En met dat enkele woordje heeft het alle ijsnaaldjes en sterretjes op de vlucht gejaagd. In tien tellen waren ze weg. Toen waren wij al over de brug over het Schipborger diep. Wij gaan nu naar rechts, door het dorp, en zijn spoedig aan den handwijzer bij den Kyniellberg. — Nu gaat het niet rechts, naar Gasteren, maar zooals toen wij hier voor de eerste maal waren, links.

Na een klein eindje loopens, links een nieuw huis en daarbij, de esch eindigt hier juist, een heiweg of karrespoor. Dat komt ons te pas op blz. 88. Wij gaan verder en komen op de heide, die heel langzaam hooger wordt. Een eindje verder ligt zij op 13 meter. Naar links zien wij „dikke steenen". Wij gaan ze stilletjes voorbij. Later gaan wij er heen. Het „bosch van Kniphorst" komt al dichterbij. Vóór den ingang een heel mooie kiek door de laan op de kerk en toren van Anloo. Het is een groot bosch. Maar het groeit slecht. Jarenlang ken ik het, maar de dennen hebben geen schik. Waar het aan ligt, weet ik niet. Er staat ook ander hout, en dat is voor de deugdzaamheid van heidegrond altijd een gunstig teeken.

Drenthe heeft in lang vervlogen eeuwen veel bosch bezeten. Waar de grond er geschikt voor was, vond men hoog opgaand loofhout, vooral eiken, in vochtige plaatsen elzen, wilgen en populieren, in zandiger streken berken en grove dennen. Op andere plekken sloegen heesters op, hazelaars, meidoorn en haagdoorn,

N. R. n°. 2. 6

Sluiten