Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Teekenen op perkament. Hoewel liet teekenen op perkament bezwaren meebrengt, die men bij het gewone aquarelleeren niet kent, worden deze wel opgewogen door de groote distinctie, die dezen ondergrond kenmerkt. De grootste vellen zijn ongeveer 0.80 M. bij 0.60 M. en het materiaal is wel tienmaal zoo duur als 't Whatmanpapier. Men moet goed opletten wat voor- en achterzijde is. I)e voorzijde is gladder, juist als bij ander leer. Men maakt, om het op te spannen, het vel goed vochtig en plakt het aan de randen op t zware carton, dat als ondergrond dient. Men kan de schets opbrengen met potlood of met inkt, 't best door middel eener calque, omdat het perkaraent door veel gebruik van vlakelastiek vezelig wordt. Ook mag men om dezelfde reden niet te veel sponzen. Doorschijnende kleuren drogen meestal te vlekkerig op, zoodat beter is om de verven dekkend te gebruiken.

Wanneer de teekening gereed is, laat men haar op het carton en zet haar zoo in passepartout en lijst.

Gouache. (Zie ook pag. 25). Wat men noemt „gouache is het uitsluitend gebruik maken van dekverf. Groote plannen in decoratief werk kan men met gouache volkomen vlak en stevig invullen; men rekene op het lichter opdrogen, dan men opzet. Deze verf wordt in den handel gebracht, aangemaakt in fleschjes, of in poedervorm in busjes. De poeder mengt men aan met een oplossing van Arabische gom. Bij t gewone waterverfteekenen kan 't soms voorkomen, dat men, uit vrees het vermoeide papier te zullen doen scheuren, niet verder durft uit te wasschen om een sterk licht te verkrijgen. Alsdan gebruikt men de gouache of de Tempera-verf. Men mengt de daarna op te brengen kleur aan met „aqualenta , (zie pag. 43), waardoor de gouache-grond niet oplost, zoodat men nuanceeren kan zooveel men verkiest.

Het schilderen met olieverf.

De traditie wil, dat de gebroeders Van Eyck omstreeks 1300 te Brugge het olieverfschilderen hebben uitgevonden,

Sluiten