Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

was ie in z'n nopjes. Dan was 't 'n werken, in plakken of timmeren, zo goed als ie maar kon en waar 'n ander over zwoegde en sjouwde, werkte hij nog met lust, vlot en vlug. En ook tuis, in z'n vrije uren, deed hij niet liever, dan die arbeid en z'n zakgeld besteedde hij voor 'n groot deel, om zich allerlei materiaal en grondstoffen aan te schaffen. Timmerman worden, dat leek hem 'n heerlikheid en dan liefst meubelmaker en allerlei mooie dingen maken, liefst zelf ontwerpen en dan heel fijn uitvoeren. Maar o jé, 't zou niet gebeuren. Vader en moeder beschikten anders. Jan moest naar de Hoogere Burgerschool en studeren. Vader had daar ook geleerd en had nu 'n goeie betrekking. Zoonlief moest er dus ook heen. Hij was wel niet zo heel vlug van begrip, vooral niet in rekenen en talen, maar dan moest ie dat eeuwige knutselen maar eens laten en zich wat meer aan z'n studie wijden. Hij werd nu twaalf jaar, aan dat spelen moest nu maar eens 'n einde komen. Jan was 'n gehoorzame jongen. En hij deed z'n best. Bovendien praatten vader en moeder wel zo over dat H. B. S.-eksamen, dat hij niet beter begreep, of z'n toekomst was er mee gemoeid! En hij studeerde braaf, om klaar te komen. En dan troostte hij zich maar met de gedachte: „Na 't eksamen krijg ik het weer wat makkeliker en dan ga 'k weer aan m'n lievelingswerk." Z'n toekomst was er mee gemoeid. Hij slaagde. In de beginne was hij nog wat met z'n werk bezig, later in 't geheel niet meer. Toen vroeg de vooral voor hem zo moeilike studie al z'n tijd. En nog is hij slechts zeer middelmatig en zal dat waarschijnlik blijven. En dat grotendeels door de ouders! „Onze jongen kan toch geen gewoon werkman worden! Verbeeld je !" Gedeeltelik door valse schaamte en gedeeltelik, omdat financieël hun jongen er dan later misschien minder aan toe zou zijn, voelen die ouders zich gedrongen hun zoon naar 'n school te sturen, waar ie, wat z'n aanleg en bekwaamheden betreft, absoluut niet tuis hoort, berokkenen hem daardoor veel leed en teleurstelling en ontnemen hem de levensvreugde, waarop vooral onze jeugd zo zeer recht heeft. Maar wordt die valse schaamte daardoor geen misdadige schaamte en moesten die ouders niet be-

Sluiten