Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zoowel boven rusten als boven noten gebruikt men de fermatc (/^), om aan te duiden, dat men ze willekeurig kan verlengen.

Moeten eenige tonen aan elkaar „gebonden" worden gezongen, dan verbindt men ze door een boog of schrijtt het woord legato bij de noten.

Het gebeurt, dat in een zangstuk een gedeelte voorkomt, waarin de zanger zich niet aan de waarde der noten behoeft te houden. Men duidt dit aan, door bij zulk een gedeelte ad libituvi te zetten, d. i. vrij, naar verkiezing. Waar de zanger de vorige maat weder moet aannemen, staat a tempo.

Opmerking I, Eerst de zaak, dan het teeken; daarom late de onderwijzer den kinderen korte en lange tonen hooren, en ze onderscheiden. Laten de leerlingen er bij tellen: zij moeten er aan gewennen dit regelmatig te doen.

Opmerking II. Bij het staccato-zingen mag niet tusschen de noten geademd worden.

Wil men een woordenreeks goed doen uitkomen, dan zet men er het woord marcato bij: men moet de tonen dan flink inzetten, maar ook onmiddelijk zachter worden en piano eindigen.

Portamento noemt men het in elkander doen vloeien van tonen door gebruik te maken van tusschentonen. Op de lagere school is de oefening hiervan geheel misplaatst ; men zou er het zoogenaamde „draaien", zoo afkeurenswaard, slechts door bevorderen.

De Maat.

§ 38. Een muziekstuk wordt in een aantal deelen verdeeld, die van gelijken tijdduur zijn. Die deelen noemt men maten, en de strepen, die ze scheiden,

Sluiten