Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vier maanden verder verminderen tot een ster van de negende of tiende grootte, waarna zij aanmerkelijk sneller dan zij afnam, weer in glans toeneemt. Door elkaar gerekend is na 333 dagen na het laatste hoogtepunt het volgende weer bereikt; de toename, vanaf het eerste zichtbaar worden voor het bloote oog tot op het oogenblik van de grootste sterkte, duurt gewoonlijk slechts 40 dagen tegen 70, die het afnemen duurt. Deze eigenschap, dat zij een kleinere tusschenruimte heeft tusschen maximum en minimum dan van minimum tot maximum heeft ze eveneens gemeen met de zonnevlekken-perioden. Doch al deze opgaven gelden slechts tennaastebij en kunnen soms wel tot met een maand toe afwijken, evenals ook de ster somwijlen in haar maximum nauwelijks de vijfde grootte bereikt en aldus voor het bloote oog maar moeilijk zichtbaar wordt. De spectroscoop verraadt bij deze en andere sterren van haar soort, dat ten tijde van het maximum helderlichtende waterstof uit het binnenste van de ster te voorschijn dringt. Wij herkennen hieraan het eruptieve karakter van het verschijnsel.

Langzamerhand wordt nu de vloeibare huid van ons hemellichaam dikker en taaier, zoodat zij een blijvend bestaan krijgt en hoogstens nog hier of daar eens door het inwendige gas met geweld doorgebroken wordt. Het zal misschien op het eerste gezicht onmogelijk lijken dat, gelijk hier vooropgesteld wordt, een vloeibare laag blijvend kan rusten op een gasvormige. Doch men moet er wel om denken dat bij deze hemellichaam-afmetingen zich heel andere verhoudingen voordoen, dat men in onze laboratoria te voorschijn kan roepen. In zulk een lichaam worden door de eigen zwaarte der materie de gassen in het binnenste zóó sterk samengeperst (en dan toch noch wegens de zeer hooge temperatuur gasvc>rm ig gehouden), dat zij zwaarder zijn dan de vloeistoffen, die zich over haar heen gecondenseerd hebben. Zouden er onder de condensatie-producten werkelijk zwaardere vloeistoffen zijn, dan zinken die juist weer omlaag en

Sluiten